Ricky’s beach house in Nagari Sungai Pinang

We hebben even goed moeten nadenken over de bestemming nà Padang. Bukkittingi gaat niet in het weekend omdat alle fatsoelijke, redelijke accommodaties vol zijn. Dan naar een tropisch eiland nu i.p.v. aan het einde van deze reis. We bekijken de opties.

Er liggen best wel veel eilandjes waar we naar toe zouden kunnen gaan en ze klinken allemaal even exotisch en aantrekkelijk. Maar, aantrekkelijk voor wie? Ook voor mij? Ik vind het ineens geen aantrekkelijk idee meer om op een eiland te zitten dat een paar uur varen van het vasteland ligt, zeker niet als daar behalve de accommodatie die je boekt niet meer dan een paar vissershutten te vinden zijn. Ik voel me hartstikke goed en ik wil dat graag zo houden. Dus: wie gaat je helpen als er iets gebeurt? En: hoe lang gaat het duren voor je professionele hulp krijgt? Geen gedachten die ik zo maar opzij kan zetten en waarmee het niet fijn vertoeven is op de allermooiste plek. Dan de second best: een even idyllische plek, maar dan op het vasteland. We vinden Ricky’s beach in Nagari Sungai Pinang, niet zo heel ver onder Padang (al is dat hier betrekkelijk). We mailen en er komt binnen 10 minuten antwoord: er is een beach house voor ons beschikbaar en ja, Ricky zorgt dat we met een auto opgehaald worden in Padang. Helemaal geweldig.

De rit ernaar toe is al een verhaal waard. Hij duurt 1 1/2 uur, we rijden eerst langs het strand, daarna de bergen in via zulke steile hellingen dat de chauffeur alleen in de eerste versnelling de wagen nog omhoog krijgt. We rijden over een paar bruggen waar de chauffeur over een balkenspoor moet rijden, we komen door het dorpje Nagari waar de geitjes en de koeien meer plaats innemen op de weg dan de bewoners zelf. Die zwaaien naar de chauffeur en gaan over tot de orde van de dag. Er is een aantal moskeeën, zelfs  in dit kleine gehuchtje.  En dan ineens stopt de chauffeur langs de kant van de weg, bij een modderig kleipad omhoog en zegt: “Here we are!” Tegelijk met ons komt er ook een brommer aanrijden met een paar jonge mannen erop. Ze stappen af, gooien onze koffer op hun schouder en lopen voor ons het pad omhoog en daarna weer af. Wat hebben die tengere jongens een kracht in hun lijf, zeg.

Als we een eindje afgedaald zijn, kan ik mijn ogen niet geloven. Het is een prachtig strand, waarop 6 strandhuisjes staan (aan 2 wordt nog gewerkt) met daarvoor een overdekte maar open ruimte die, zo blijkt later, dient als eetruimte en plaats van samenkomst. Er wordt nog even gepoetst is ons huisje, maar Ricky zelf ontvangt ons en binnen de kortste keren raken we in een leuk gesprek. Ricky is de eigenaar van het Beach house, maar buiten dat heeft hij ook een project met schildpadden in het dorp. Hij redt de schildpadden als het ware van de ondergang, doordat hij zoveel mogelijk probeert te voorkomen dat de eieren gestroopt worden, door ze in het “opvanghuis” te laten uitkomen en de schildpadden daarna weer uit te zetten in de zee. Ook vangt hij gewonde en gewoon per ongeluk gevangen schildpadden op en zet ze weer terug in zee nadat ze dat weer kunnen.

Ons beachhouse is prima! Bed met muskietennet, een ventilator (die het overigens alleen doet van 18.30 uur – 6.30, want overdag is er geen stroom!),  gordijnen voor de ramen, een achterdeur die naar de half-open toilet- en doucheruimte leidt. Het koude douchewater komt uit een pijp in de muur. Maar er is een zittoilet met een prima doorspoelsysteem! Aan de zeekant staan 2 stoelen op ons terras met vrij uitzicht op de Indische oceaan en ’s avonds op de ondergaande zon. Een eindje verder ligt een steiger met trapje, zodat we ons vrij eenvoudig in de zee kunnen laten glijden. Koudwatervrees kun je hier niet hebben, want het water is meer dan lauw. Er zwemmen kleine tropische visjes om ons heen.

’s Avonds eten alle gasten samen aan tafel: eten wat de pot schaft! Er is inmiddels ook een Duitse vrouw (Nadine) gearriveerd en die eet dus mee. En dan schuiven van lieverlee alle jongens die we in de loop van de dag aan het werk hebben gezien met van alles (bouwvakken, planten water geven etc.) bij ons aan de tafel aan, “gewapend” met gitaren en een ritmebox. Ze beginnen spontaan te spelen en te zingen en we worden gevraagd om mee te doen. Een tekstboek met voornamelijk songs van de Beatles en Bob Marley is voorhanden en anders hebben ze nog altijd hun gsm om teksten mee op te zoeken. Ze kunnen allemaal zingen, gitaar spelen en op de ritmbox slaan en er wordt dan ook regelmatig van instrument gewisseld, naarmate de voorkeur van de jongens voor een song. Ricky, hun baas, doet gewoon mee. Als ze applaus krijgen van ons na een hartverscheurend mooi Indonesisch liefdeslied, blijkt dat het zelfs door een van de jongens zelf is geschreven een half jaar geleden. Waarschijnlijk nadat een liefderelatie verbroken is, want het is voor hem te pijnlijk om het nog een keer te zingen. Zo verlopen de avonden. De tweede avond is er nog een Duits echtpaar (dat net als Nadine ook niet meezingt, maar alleen zit te kijken) en een Engelsman, die ook gezellig meezingt en -speelt.

 

De tweede dag gaan met met de boot en 3 jongens naar een van de tegenoverliggende eilanden om te snorkelen. Dell (“like the computer!) is er vooral om met ons in contact te zijn. Hij snorkelt met ons mee, komt nu en dan bij ons zitten om een praatje te maken en wandelt mee. Het is een schat van een knul! De tweede jongen zorgt vooral dat we op tijd koffie en eten krijgen. De stuurman stuurt alleen de boot en sjouwt de rest van de dag wat stenen aan boord en verder zien we hem niet. Het koraal stelt daar niet meer zo veel voor; de vissers hebben dynamiet gebruikt, ook toen het al verboden was. We zien nog wel wat en natuurlijk zwemmen er tropische vissen. Maar ik denk dat het niet lang meer duurt voor alles weg is, want ook nu zijn een eindje verderop vissers bezig om hun netten daar uit te gooien en binnen te halen en omdat het eb is, stampen ze gewoon door  het water.

Van Dell horen we dat alle jongens die bij Ricky’s beach rondlopen, ook bij hem in dienst zijn en betaald worden. Het zijn allemaal jongen uit het dorp Nagari, die zonder Ricky geen enkele kans hebben op een fatsoenlijk inkomen. Dell werkt al 10 jaar voor hem en heeft diep respect voor hem, ook voor de manier waarop Ricky zijn baas is. En Ricky heeft een hoog aanzien in het dorp. “He is a legend!”

5 Jaar geleden heeft hij het hele personeel mee naar Thailand genomen voor een korte vakantie op Krabi. Het was de eerste keer dat Dell het dorp uitkwam.

 

 

 

Nagari Sungai Pinang

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *