Bagan

We verkennen Bagan vandaag per (elektrische) fiets. Ik vind het geen fiets, want er is geen trapper te vinden.
Prima, dan brommeren we toch tijdens deze eerste tempeltocht!

In Bagan zijn meer dan 4.000 tempels, alle gebouwd tussen de 9e en de 13e eeuw. We hebben een globaal plan welke tempels we vandaag gaan bekijken, maar daar wijken we binnen 2 km. al van af. “Even hier kijken, dit ziet er al zo mooi uit!”

En het klopt: het is indrukwekkend. Bij deze tempel is er zelfs speciaal een trapje ingebouwd zodat je het geheel ook eens van bovenaf kunt bekijken, want op de tempels zelf mag je natuurlijk niet klimmen.

Eerst is de Ananda Pahto aan de beurt. Het is een grote vierkante tempel waar binnenin bij elke windrichting een hele grote buddha staat. Bij een van de buddha’s  verandert de gezichtsuitdrukking als je dichterbij komt. Van veraf is het een gezicht met een lach, die dichtbij verdwenen is. Heel apart.
Ook de Shwezigon Paya gaan we bekijken. Rondom een grote stoepa liggen verschillende tempels gegroepeerd. Behalve de bezoekers zitten/liggen hier op het terrein gezinnen met kinderen waardoor we bijna de indruk krijgen in een dorp beland te zijn.

(De bovenste 2 foto’s hebben we niet zelf gemaakt, maar ze geven wel een goede indruk van de omgeving en het tempelcomplex; vandaar.)

We hebben een heel relaxte dag. Na de lunch bij een Thais restaurant, bekijken we nog wat tempels, nemen een drankje onderweg, genieten van de zon, van de mensen…

Het einddoel is de zonsondergang op de heuvel bij een meertje.
Toen wij Bagan inreden gisteren, moesten we een entreepas kopen waarmee je alle tempels mag bezoeken. We werden op de foto gezet en kregen een printbonnetje met een QR-code. Daar moesten we wel een foto van maken, werd geadviseerd want die konden we dan desgevraagd op onze telefoon laten zien.
Het moet niet gekker worden, dacht ik toen.
Maar dat wordt het vandaag wel. Als we bij de heuvel aankomen, wordt er naar de entreepas gevraagd. Peter laat op zijn telefoon de QR-code zien en op het scherm van de controleur verschijnt onze foto!


We zijn daar zo’n beetje de eersten die een stekje uitzoeken, maar de ambulante handel is al aanwezig. Met een van de verkoopsters raak ik aan de praat, eigenlijk omdat ik niets van haar wil kopen. De gelakte doosjes met onderzetters zijn erg mooi, maar ik kan/wil niet alles kopen wat ik mooi vind, zeker niet als ik het niet echt nodig heb. Bovendien moeten we woekeren met de ruimte in de koffers.

Ze snapt het en blijft vriendelijk. We praten over haar leven: haar werk, haar kinderen, haar familie en ze informeert naar het onze. Deze vrouw blijkt analfabeet, maar werkt zich wel 10 slagen in de rondte om te zorgen dat haar oudste zoon in het eerste jaar op de universiteit zit en haar jongste zoon op de middelbare school. Hij is de beste van de klas en daar is zo blij om. Ze vertelt ook dat ze zo blij is met haar man: hij vindt het namelijk goed dat zij ook háár ouders financieel ondersteunt. Haar familie is haar alles!

Na een uur wordt het een stuk drukker op de heuvel en gaat ze proberen nog wat te verkopen, maar – zo belooft ze – ze komt straks nog wel terug hoor. En dat doet ze, wel een paar keer. Ze maakt foto’s van ons en vertelt over de bomen en planten die er staan. Wat er van gegeten kan worden, waar medicijnen van gemaakt worden….

Als we na zonsondergang even naar haar en haar man die verderop zandtekeningen verkoopt, toe lopen om te zeggen dat we weggaan, is het afscheid heel mooi. Ik krijg een knuffel van haar en een warme handdruk van hem en we wensen elkaar een mooi leven toe.

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Met de bus naar Bagan

De busreis naar Bagan valt ons niet mee.

– Om half 10 vertrekken we en we zijn tegen 3 uur ‘s middags op onze bestemming in Bagan: Bagan view Hotel: meer dan 5 uur.
– De bus is een klein busje waar zo’n 16 personen ingewrongen worden: de beenruimte is ontzettend klein, waardoor een grote Spaanse knul waar we even mee gesproken hebben voor het vertrek zich min of meer moet dubbelvouwen om erin te passen.
– Er is geen kofferruimte; de koffers worden voorin naast de chauffeur opgestapeld  en verder verdeeld onder de stoelen, zodat je nog  geen millimeter overhoudt om je tenen wat ruimte te geven.
– Én het busje heeft ook een Van Gend en Loos-functie: de eerste 20 km. wordt er voortdurend gestopt om goederen in te laden die dan overal tussengefrot worden: bovenin de rekken (maar daar past  bijna niks in) of gewoon in het gangpad.

Er is een lange stop van 20 minuten tijdens lunchtijd, maar wij durven daar niets te bestellen: Peter heeft al last van zijn maag en ik probeer het te voorkomen.
Bij de andere korte stops – sanitair of tanken – wordt het busje belaagd met verkoopsters.

Wat me onderweg verbijstert, is de enorme  hoeveelheid plastic zwerfvuil dat zich op de bermen bevindt: onvoorstelbaar gewoon!

 

 

 

 

Gelukkig is het hotel prima: het ligt lekker rustig; we logeren op de begane grond, we krijgen prima info over alle mogelijkheden en ze hebben (elektrische!) fietsen te huur. Ik vind het meer elektrische brommertjes, want er zit geen fietspedaal op, maar daar gaan we morgen eens lekker mee aan de slag.

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Met de boot naar Mingun

Om 8 uur worden we opgehaald om naar de boot naar Mingun te gaan. Die vertrekt om 9 uur, maar we moéten om half negen inchecken!
Nou, dat valt mee. De ticketverkoop gaat pas even na half negen open en de dames moeten veel weten en noteren: o.a. ook hier weer je paspoortnummer en in welk hotel je logeert.

Het is weer heel interessant om te zien hoe het hier bij de aanleg”steigers” niet geregeld is. Passagiers moeten een vrij steile helling af waar in het zand min of  meer treden zijn ingesleten. Het instappen in de juiste boot gaat over tijdelijke loopplanken via andere boten en de leuningen worden vastgehouden door jongens die je ook nog wel een handje ter ondersteuning willen geven.


Omdat we best lang moeten wachten op een rommelige aanlegplaats met brommers, vrachtauto’s en loslopende honden, raken we aan de praat met een Italiaans echtpaar dat ook in ons hotel logeert en dat we al eerder zagen. Een jong Indiaas meisje (zij blijkt 31 jr. te zijn) hoort het gesprek en zegt in gebrekkig Nederlands: “Ik woon ook in Nederland! In Helmond.”
Die opmerking resulteert in een aantal mooie en van haar kant zeker, openhartige  gesprekken tijdens de bezoeken aan de prachtige tempel in en de onafgebouwde, uit de 18e eeuw die de hoogste ter wereld had moeten worden. Het ene verhaal erom heen is dat de bouw destijds is gestopt omdat er een voorspelling was dat de koning zou sterven als de bouw gereed zou zijn; een ander verhaal zegt dat de bouw gestopt is, omdat de koning overleed.



 

 

We zien hier ook de grootse koperen klok ter wereld: 5 meter doorsnee en 4 meter hoog.
In deze plaats vinden we ook een bejaardenhuis voor ouderen die niemand hebben die voor ze zorgt. Het is de enige officiële bejaardenhulp in heel Myanmar.

De hele entourage rondom het bezoek is weer heel toeristisch met veel kraampjes en vaak opdringerige verkoopsters: ik had dat eerlijk gezegd juist in Myanmar niet verwacht. Maar ja, met het opkomende toerisme zien de mensen hier natuurlijk ook hun kans schoon om wat meer inkomsten te krijgen.

Als we terugvaren zien we langs de kant vuilnisbelten waar mensen op wonen. Jongetjes wassen zich in het water waarin een meter verder de was gedaan wordt en tanden worden gepoetst…..

De taxichauffeur vraagt op de terugweg wat we ‘s middags van plan zijn te gaan doen en we zeggen het heel eerlijk: helemaal niks!

Morgen gaan we met de bus naar Bagan.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Mandalay

Als we ‘s morgens aan het ontbijten zijn, hoor ik de typische Aziatische straatgeluiden door de openstaande ramen: roepende kooplieden, getoeter van auto’s en brommers.
Als we even naar buiten kijken, zien we Azië ook. Beneden in de straat is een markt aan de gang.
Even later wandelen we erover heen en wat opvalt is de vriendelijkheid van de mensen. Ze leggen graag iets uit in woord en gebaar en wat ze nog maar meer kunnen doen om contact te maken. “Ja, dat zijn vogels” (en ze maken vliegbewegingen); “Dit is aanmaakhout, ruik eens hoe lekker!” Het is de georganiseerde chaos van het Oosten.

Een uurtje later zijn we met de tuk-tuk op weg naar de van teakhout gemaakte tempel “Shweinbin Monastery“. Er wonen nog 35 monniken in de huisjes rond de tempel en hun voornaamste bezigheid is het bedelen in de ochtend en de rest van de dag mediteren.

Er is ook een speciale meditatieruimte voor vrouwen. Zij zitten op de grond met een muskietenhuif over zich heen. Ik denk dat het geen beginners zijn, want niemand geeft een enkele reactie op onze aanwezigheid (die natuurlijk wel heel discreet is…)


De tempel is mooi, maar de sfeer eromheen doet ook heel veel.
Wat ik wel altijd vervelend vind,  is het bordje “take off your shoes”. Zo’n gedoe…
en vaak volgt er dan een (tegel-)paadje waar niet goed geveegd is waardoor er kleine steentjes in je voetzolen prikken en/of een pad dat vol duiveshit ligt.
Hier doe ik het gewoon niet, want je moet op hele terrein blootsvoets lopen (betegeld en in het zand) ook op weggetjes waar gewoon auto’s rijden! Peter doet het wel en trapt bijna in een verse hoop shit van een m.i. behoorlijk zieke kat…

Bij de Shwenandaw Monastery, ook heel mooi, ben ik gefascineerd door de verhuizing van een “kantoor” van de toeristenpolitie. Met pure mankracht wordt gewoon het kantoor opgetild en naar een plek 50 meter verderop, versjouwd.
Ik heb het een tijdje staan aanzien en dan zie je b.v. heel goed wie in zo’n groepje de   leiding neemt en wie alleen aanwijzingen geeft en verder zijn snor drukt.
Zo’n verplaatsing is trouwens levensgevaarlijk, want ze doen dit gewoon tussen de toeristen in en het kantoor helt een aantal keren flink over naar één kant en je moet er niet aan denken wat er gebeurt als de mannen de grip verliezen. Maar het loopt weer goed af.


Het koninklijk paleis is de hoofdattractie hier in Mandalay. Het ligt in een groot vierkant in de stad en er zij  speciale maatregelen om het terrein op te mogen.
Uiteraard moet je betalen, maar je moet ook een paspoort inleveren (handig als je dan een internationaal rijbewijs hebt, want dat ANBW-papiertje vinden ze ook voed). Je tuk-tuk mag het terrein niet op. Dat mag dan weer wel met een andere taxi die daar 1 meter verderop staan. Deze chauffeur is ook heel aardig, spreekt bovendien wat Engels en kan bij elk gebouw waar hij ons naar toe rijdt wel iets vertellen.
Het paleis doe je te voet en ook daarom heen staan weer verschillende tempelachtige gebouwen. Ik hoop  dat de foto’s iets beter duidelijk maken hoe het eruit ziet saar, want ik merk dat ik het slecht uitgelegd krijg.
Het paleis is niet echt mooi, vind ik. Een kwastje verf zou geen overbodige luxe zijn, maar het totaal met al die fotograferende toeristen erbij, maakt het toch weer tot  mooi bezoek. Een monnik die ook met Peter op de foto wil, vertelt dat de mensen uit Myanmar het fotograferen – vooral met buitenlanders erbij – tot hobby hebben gemaakt. En dat hebben we al gemerkt. Een paar keer wordt ons gevraagd of er een foto met ons gemaakt mag worden.

Maha Atulawaiyan is de laatste tempel waar we naar toe gaan, maar ik merk dat ik een beetje tempelmoe word….
We laten ons weer lekker naar huis rijden en gaan lunchen bij de buurman het Chinese BBQ-house. De kaart is beperkt, maar je stelt wel het gerecht zelf samen: sterker nog uit een afgesloten, gekoelde vitrine verzamel je zelf de ingrediënten waar zij dan daarna b.v. een lekker noodlesoep van maken. Superhygiënjsch en dat is hier voor zover ik het kan beoordelen nogal zeldzaam.
Het is zo lekker dat we er ‘s avonds terug naar toe gaan en hun gebakken dumplings 🥟 eten.

De middag brengen we door op het dakterras, in en naast het zwembad. Tegen half vijf worden we opgehaald door een taxi die ons naar de U-bein brengt, de beroemde teakhouten brug uit 1870; een attractie om daar naar de ondergaande zon te kijken.
De chauffeur is een afgestudeerde biochemicus die, net als zoveel andere jonge academici, geen werk kan vinden op zijn niveau en nu al een jaar of drie taxichauffeur is. Hij spreekt goed Engels en geeft ons heel wat info; echt fijn.
Als we bij de brug aankomen, weten we niet wat we zien. Het lijkt Valkenburg wel!

Als we ons door de kraampjes geworsteld hebben, lopen we met honderden anderen de teakhouten brug op. Ik vind het doodeng, want er zijn geen relingen; de brug is niet breder dan 2-2,50 m. en behoorlijk hoog (ik schat een meter of 4). De plankjes sluiten ook niet echt goed aan, zodat er flinke spleten zijn waardoor je aanvankelijk het veld ziet waar de brug overheen gaat en verderop natuurlijk het water. Het zweet staat in mijn handen….als hier toch paniek uitbreekt….
Peter schijnt nergens last van te hebben, want hij loopt rustig door naar het middenstuk van de brug waar we de zonsondergang het beste kunnen zien,  volgens onze chauffeur. Ik moet hem even roepen en vragen of we misschien samen kunnen lopen, want ik voel me steeds onzekerder en dat doen we. Als we bij het midden zijn ( de brug is 1,2 km. lang) is er wel een stuk reling en staat de brug op betonnen palen en dat  voelt een stuk beter. Even verderop kan ik zelfs even zitten op een breder stukje en dan pas kan ik echt genieten van de schitterende zonsondergang op deze bijzondere plek.


Het is al met al een mooie dag geweest hier in Mandalay.

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Myanmar- Mandalay


“Nog 670 bochtjes, Tineke, dan zijn we weer in Chiang Mai.”
Ik denk dat Peter een grapje maakt, maar dat blijkt niet zo te zijn. Hij heeft zich ingelezen (ik niet) en deze weg van Pai naar Chiang Mai staat bekend om zijn 670 bochten.

We zijn nog maar goed en wel op weg, als het busje dat ons zoëven passeerde langs de kant staat en een van de passagiers hevig staat te kotsen. “Nog maar 650 bochtjes te gaan, meneer!”

We hebben de afgelopen dagen al heel wat bochten gereden, maar hier zit de eerste twee uur echt geen recht stukje weg in: een en al haarspeldbocht. Ik moet supergeconcentreerd rijden, maar ik vind dit wel leuk! Peter iets minder, zo vertelt hij me als we ‘s middags op het vliegveld staan en elkaar een high five geven omdat we het er weer zonder brokken vanaf gebracht hebben.

Omdat we vrij vroeg vertrokken zijn en alleen een koffiepauze hebben gehouden bij het heksenrestaurant, hebben we ruim de tijd om uitgebreid te lunchen. Maar waar?  Peter ziet op zijn gsm dat er vlak voor Chiang Mai een stuk groen ligt met een meertje. Zullen we daar eerst even stoppen?
Hij geeft aanwijzingen, links, rechts, rechtdoor, terug etc. en uiteindelijk sta ik op een doodlopende weg, kan niet meer keren en moet achteruit terug (en als ik ergens een hekel aan heb….).
De tweede poging is succesvoller, al lijkt het daar even niet op: we rijden een golfpark op. We kunnen bij de slagboom doorrijden en komen bij een heel mooi restaurant aan, met uitzicht op de golfbaan (de green heet dat geloof ik). We vermoeden dat we hier iets meer kwijt zullen zijn aan de lunch, maar we doen het gewoon. We krijgen de menukaart en zien tot onze verrassing dat ze ontzettend veel gerechten hebben tegen dezelfde prijs die we gewend zijn. En het eten is ook nog eens heel lekker. Wat zijn we toch bofkonten!

We vliegen naar Myanmar met Bangkok Air en daar ben ik wel blij om, want de vorige vlucht zaten we in een heel klein vliegtuig en dat vond ik toch niet zo fijn.
Als we met het busje bij het vliegtuig worden afgezet, kan ik mijn teleurstelling bijna niet onderdrukken: deze kist is net zo klein, zo niet kleiner.
Wat me enigszins geruststelt is de tekst op de hoofd”servetje” van de medepassagier voor me: Bangkok Air is voor de vierde keer op rij verkozen tot de beste regionale vliegtuigmaatschappij ter wereld én van Azië. Nou, als je daar geen moed uit put!Als we in het hotel in Mandalay aankomen, is het al donker.

Morgen de boel eens een beetje verkennen hier.

 

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

“Loop” in de bergen ten Westen van Chiang Mai

1e dag
We halen de huurauto op bij het vliegveld. We hoeven niet te kiezen voor een automaat, want het zijn allemaal auto’s met een automatische versnelling. We nemen de Honda Jazz, lekker compact en pittig.
Het wegrijden en de route naar Chom Tong gaan prima. Links rijden gaat als vanzelf; de linker voorzijde inschatten lukt ook snel. Alleen het richting aangeven is problematisch. Ik vermoed dat onze richtingaanwijzers thuis links van het stuur zitten, al weet ik dat nu niet meer zeker, maar hier zitten ze rechts! Als ik richting aan wil geven, komen de ruitenwissers in acties en voor ik dat weer eens hersteld heb, heb ik de afslag al genomen, het achterkomend verkeer waarschijnlijk in opperste verwarring achter me latend. Maar de Thai zijn heel rustig en voorkomend in het verkeer.

De eerste stop is bij The Royal twin pagoda’s op 2200 m. hoogte. De tuinen rondom zijn mooi aangelegd en kleurig beplant met allerlei koolsoorten. Het korte weggetje omhoog in supersteil en ik snap niet dat er boven zoveel mensen zijn, terwijl er zo weinig mensen omhoog lopen. Dan zie ik even later dat bijna iedereen in het taxibusje gestapt is: dat hadden wij dus ook kunnen doen, maar dat zeggen ze dan niet bij de entree. Niet erg; weer wat calorieën verbrand.

Bij de volgende stop in het Kew Mae Pan Nature Trail krijgen we verplicht een gids mee die geen woord Engels kent. Ze kan nog wel zeggen dat we 1 kilo moeten klimmen en 2 kilo terug. De hele tocht zegt ze geen boe of bah, wijst naar een bordje waarop staat dat hier varens groeien, wijst op een bankje zodat we daar even kunnen gaan zitten en wijst naar de waterval met een fotomaken-beweging.
Ze loopt erbij alsof het hartje winter is (en dat is het hier natuurlijk ook) met haar donsjas en dikke muts. Ik krijg het er nog warmer van dan ik het al heb.
Boven hebben we even een gesprekje met een 
Bosschenaar met kind en Thaise vriendin. Hij probeert een vergelijking te maken van dit uitzicht met de Drunense duinen, maar dat lukt niet zo best. Hij is trouwens een van de weinige Nederlandse toeristen die we hier in Thailand tot nu toe tegenkomen.

In Chom Tong slapen we in een huisje in de velden bij Baan Sun Lom Joy.
“18 euro, no passport!” Het is er nogal primitief, zodat de spiegel  die zowat de hele wand beslaat, nogal uit de toon valt. De kamer toont er in ieder geval wel groter door.


‘s Avonds volgt een zoektocht naar een restaurant die ons uiteindelijk in een food court doet belanden. De menukaart is niet te lezen, dan maar wat aanwijzen.
Het smaakt nog lekker ook.
De ruiten van de auto zijn superschoon!

2e dag
We rijden naar Above the Sea in Mae Sariang.
Het is een mooie route met veel bochten en steile hellingen, maar daar staat dit gebied om bekend. Of liever nog, hier is het berucht om. Iedereen aan wie wij vertelden in Chiang Mai dat we de bergen in gingen, dat ik zelf deze route ging rijden, schudde bedenkelijk het hoofd, prevelde dat het “dangerous” was, dat ik goed uit moest kijken, of vroeg of ik dat wel kon! Het gebeurde zo vaak dat Peter ook ging nadenken of we het zelf moesten gaan rijden of met een chauffeur.
Ik heb er nog geen seconde aan getwijfeld en we hebben er ook nog geen seconde spijt van. Het is heerlijk, die vrijheid!

Als we ‘s morgens wegrijden hebben we niet ontbeten. Dat zat er niet bij voor de €18,— We rijden dus naar de Martini koffiebar waar ze ons gisteravond de weg wezen naar het foodcourt.
We drinken de lekkerste koffie ooit, met een scone.

Met de fiets maken we ‘s middags een tochtje door de velden in het bijgelegen natuurpark. Eigenlijk weer op het verkeerde tijdstip, want het heetst van de dag, maar dan kunnen we na afloop lekker in het zwembadje afkoelen. Het is een leuke tocht, net niet te lang!
We hebben dan al geluncht aan de overkant bij Riverside pad thai, waar we ‘s avonds ook eten na de zeperd bij Sawadee (waardeloze cocktails en dito sfeer) Riverside was heerlijk!

‘s Middags zwem ik maar heel even want verder ben ik hard bezig om erachter te komen of de L op de automaat ook inderdaad Low Gear is en of ik de automaat daar al rijdend in kan zetten.  Uiteindelijk krijg ik via een mede-gast de antwoorden: 2x “ja”.

Morgen gaan we het grootste stuk rijden door de bergen!

3e dag
Door de bergen naar Mae Hong Song.
Prachtige tocht, met ontzettend steile klimmen en dalingen (geen punt met de L😂)

We maken een paar stops:
– Bij de Mae Hu Cave (Diamant cave) met kristalvormige stalactieten.
Eerst worden we naar boven gebracht met een hov (half open vrachtautootje).
Dat is al een attractie op zich. Ik dacht dat we het met de helling naar boven wel hadden gehad, nou nee! Dit had ik niet graag zelf willen rijden; sterker nog: hier was ik afgehaakt!
Daarna gaan we met een meisje naar beneden, de grot in. Fabelachtig!
We gaan heel diep de grot in. Mijn vestje dat ik aangedaan heb vanwege de kou die ik gewend ben ik grotten, kan ik al meteen weer uitdoen. Het is erg warm in deze grot en we mogen niet langer dan 20minuten beneden zijn, want dan krijg je ademhalingsproblemen.
Helaas geen foto’s: want dat is verboden.

Op de terugweg krijgen we te maken met 5 tegenliggers op het eenbaans weggetje. Peter is uitgestapt om te kijken hoe ver ik naar links kan en dan stop ik. De wagens die erlangs moeten, zijn groot en het gaat maar het is millimeterwerk.

– de tweede stop  is bij 3 mist koffie: prachtig uitzicht en lekkere koffie.

– Peter heeft gelezen dat er een Zonnevloemenveld ligt,  omweg van 30 km. heen en 30 km. terug. Hij las dat op een blog van andere reizigers die hier in december naar toe waren geweest en het was zó de moeite waard….
Alle zonnebloemen zijn uitgebloeid, op een enkele laatbloeier na….

– Maar nu we er toch zijn, een km. of 8 verder moet nog een mooie waterval te zien zijn en nu de zonnebloemen zo tegenvallen….
Gelukkig, de waterval staat niet droog! Heel mooi. De plaatselijke zwerfhond is helemaal niet agressief en begeleidt mij zelfs als een p.a. naar het toiletgebouwtje.

We zien vandaag  veel, maar we eten weinig. De lunch is erbij ingeschoten. Kleine compensatie de koffie met sticky rice met banaan, zo’n 8 km. voor de eindbestemming.

In het The Imperial Hotel regelen we een upgrade naar een kamer aan de achterkant met uitzicht op bomen en het zwembad, waar ik alleen maar even ben gaan liggen (water veel te koud voor mij) om na te genieten van deze dag en een beetje te “ontbochten”.

4e dag
Vandaag blijven we rond Mae Hong Son met een rondje door de bergen tegen Myanmar aan.
We rijden richting het Noorden, naar een monnikenbrug. Een mooi plekje met een tempel aan de overzijde. Het levert kleurige plaatjes op. Soms ook wel schrijnende troep….. Er zijn weer verschillende rituelen die voor geluk kunnen zorgen.
Peter werpt geluksmunten in potten. We kiezen voor gezondheid & liefde. Als we erin moeten geloven dat wordt het niks dit jaar.


De tempelwachters gaan met de tijd mee. De ene is moe (volksziekte nr.2) de andere is bezig met zijn tablet (volksziekte nr. 1). Ik weet niet wat ik zie!


(Misschien moet ik de volksziektes even toelichten.
MOE
Ik zie hier in Thailand veel slapende mensen op tijden en plekken waarvan ik denk “Hier zou het beter zijn als je wat actiever was.” Voorbeeldje: je komt op een toeristische plek met kraampjes waar spulletjes en/of eten verkocht zouden kunnen worden, maar de verkoper (m/v) zit/ligt/hangt in diepe slaap achterin de kraam.
TABLET
Ook hier in Thailand zit de tablet/telefoon aan de handen vastgeklonken.
Wij maken er ook gebruik van; best veel zelfs (routes uitzoeken, accommodaties regelen, toeristische info vergaren etc.), Maar niet elke stap hoeft vastgelegd te worden; niet elke leegte opgevuld met een blik op het scherm.
Gelukkig spelen de kinderen op het platteland nog met een stok of een steen.

Daarna rijden we naar het meer in Ban Rak Thai via een fantastisch bochtige en steile weg. Aan het meer lunchen we  (o.a. champignons met theebladeren en dillesoep) met uitzicht.

Via een nog steilere, smallere weg komen we bij Pang Ung waar weer een meer ligt. Hier stoppen we maar heel even om van het uitzicht te genieten en rijden dan terug. Het gaat om de reis en die is heel mooi vandaag.

We zijn op tijd terug voor een paar baantjes in het ijskoude zwembad.

5e dag Rit naar Pai

We beginnen de dag met een bezoek aan de Karen-stam, de “Longnecks”

We hebben veel twijfel vooraf, maar gelukkig geen spijt achteraf.
We worden met een longtailboot overgezet naar het dorp.
Bij het eerste huis zit een jonge vrouw die ons veel  info geeft: de nekringen zijn niet verplicht. Meisjes tussen 5 en 7 kunnen kiezen/ of hun ouders maken de keuze dat weet ik niet precies. Als ze nog jong zijn, b.v. in de pubertijd of zo dan kunnen ze nog op hun keuze terugkomen; als ze ouder worden niet meer, want dan kunnen de verslapte nekspieren niet meer zelfstandig het hoofd torsen.
Ze dragen de ringband dag en nacht, zelfs tijdens het douchen. De ringen kunnen zelfs tot 6 kilo zwaar worden. Nekken worden niet langer, maar de sleutelbeenderen worden naar beneden gedrukt, waardoor dat zo lijkt. M.i. wordt ook de ruggenwervel ingedrukt want ik heb geen langere oude vrouwen gezien.

We spreken ook wat jongere meisjes die geen nekringen dragen omdat ze “er niet van houden”. Ik heb sterk de indruk dat er na deze generatie niet veel “longnecks“ meer zullen zijn.

Dit dorp is 35 jaar geleden ontstaan doordat het Karenvolk uit Myanmar moest vluchten omdat ze met de dood bedreigd werden. Er wonen 210 mensen, er zijn 4 godsdiensten (katholiek, protestant, buddhisme en spiritisme), 5 stammen. Zij voelen zich een familie.

Deze mensen zijn heel open, geven veel info en zorgen dat je je op je gemakt voelt, want de eerste “nek” die je ziet, voelt heel ongemakkelijk.

De tweede stop is bij een vissengrot. Deze ligt in een prachtige tuin. Het is eigenlijk een vijver die een stukje doorloopt in een ondiepe grot en daar kun je door een gat in de bodem de vissen zien en voeren.

De rit is schitterend. Heel steil en een en al haarspeldbocht. Ik heb me uit kunnen leven.

Onderweg tanken we en drinken we koffie. Het meisje van het tankstation blijkt ook serveerster in het totaal verlaten koffietentje ernaast.
Ze kan niet alleen goed ramen wassen maar ook goede cappuccino maken. Ze verontschuldigt zich als ze ons alleen moet achterlaten in de koffiebar omdat er weer klanten zijn bij het tankstation. Als ze ons even later ziet wegrijden, staat ze ons uit te zwaaien.

De aankomst bij Yoma hotel is verrassend. We krijgen een veel kleinere kamer dan geboekt, althans veel kleiner dan op de website vermeld is. Peter protesteert en krijgt een update waar hij nog steeds niet tevreden mee is. Hij protesteert weer en de manager wordt gebeld. De assistent-manager brengt ons naar een grotere kamer, boven het zwembad met 2 ligbanken buiten en vrij uitzicht op de bergen. We zijn tevreden, nemen een duik en rusten uit van de prachtige reisdag.

6e dag
Dit is een echte rustdag.
We genieten van ons balkon. De ligbedden, het uitzicht, de temperatuur, het zonlicht, de rust.

Voor de lunch rijden we even naar de 2 Zusters (no 1 volgens Tripadvisor). Het is een onooglijke klein tentje buiten het centrum en het is er behoorlijk druk. We moeten half binnen gaan zitten, maar dat heeft ook een voordeel: het is er lekker koel.  We bestellen een Pad Thai en die blijft zo lang weg dat we een flinke tijd zitten te kaarten. Maar, dan komt het eten en dat is het wachten waard.
Inmiddels is het restaurantje op ons na, verlaten: kennelijk kwamen we op het drukste, late moment binnen. De eigenaar komt vragen of het smaakt en maakt een praatje over zijn gerechten en vraagt waar we vandaan komen, Als hij hoort dat we uit Nederland komen, gaat hij naar zijn geluidsinstallatie en even laten schalt Guus Meeuwis met Brabant door de zaak. De muziek heeft hij van Nederlandse vrienden gekregen, glundert hij.

Na de lunch vervolgen we het programma van de ochtend: rundum Hause…
Blog bijwerken.
Dat is met deze tekst gebeurd.

Morgen gaan we naar Myanmar.

Geplaatst in Uncategorized | 3 reacties

De laatste 2 dagen in Chiang Mai

Op 2 januari gaan we naar de hoogst gelegen tempel in Chiang Mai: Doi Suthep.
We gaan er met lokaal vervoer naar toe, met een klein half-open vrachtbusje. Daar kunnen normaal een man of 8 in, maar de chauffeurs vinden dat er best 10 man in kunnen. De eerste die we te pakken hebben (je steekt gewoon je hand op als er zo’n rode wagen voorbijkomt) zal ons bij de Universiteit afzetten en vandaar uit kunnen we gemakkelijk verder, zo vertelde onze receptionist(e?).
Als we uitstappen, lukt het in eerste instantie niet om weer een hov (half-open-vrachtbusje) te pakken te krijgen en zitten we bij een soortgelijke auto te wachten op medepassagiers (onder de 10 rijdt hij niet weg). Dat duurt ons te lang en we lopen 50 m. door. Er komen tig hov’s voorbij en als we besluiten onze hand op te steken, is het gepiept: we hebben vervoer en nog hartstikke goedkoop ook. Er zijn namelijk chauffeurs die wel met 8 man vertrekken (of minder) en die laten ze meer betalen en rekenen op bijvangst; het worden steeds meer echte ondernemers, die Thai!

Doi Suthep is een toeristische trekpleister. Het tempelcomplex ligt boven op een berg en je kunt er met trappen en met een lift naar toe. Wij zouden met de lift gaan,  had ik begrepen, maar dat blijkt niet zo te zijn want Peter haakt af bij de lift met de mededeling dat we elkaar boven hopelijk kunnen vinden (“Wacht jij boven aan de trap?”). De rijen voor de lift zijn behoorlijk lang, maar ja, ik heb nu eenmaal een kaartje. Uiteindelijk valt de wachttijd wel mee, maar als ik boven  kom, staat Peter al lang op me te wachten. Het uitzicht over de stad is heiïg , maar mooi. We staan eigenlijk vlak boven het vliegveld. Het is een prachtig  tempelcomplex; er worden veel rituelen uitgevoerd, b.v. een rondje lopen om de pagode onder een doek door die je al lopend doorgeeft aan de achterbuurman/-vrouw. We hebben een mooi gesprek met een Japanner die in 1000 dagen van Japan naar hier gelopen was en terwijl hij dat deed, is zijn tweede kind geboren. Het hele gezin was aanwezig om het hier te vieren…

Er is ook veel kitsch (overal waar veel toeristen komen) en dat is jammer. De  bloemen die je ziet, zijn nep; de offertjes die te koop aangeboden worden, is troep.

Als we weg willen, stuiten we ineens op een probleem. Op de plaats waar we onze slippers hebben achtergelaten, is het leeg.
Ja, vind ze dan maar eens terug…. er staan honderden paren slippers en schoenen aan de ingangen van het complex, soms op speciaal daarvoor geplaatste rekken maar vaak ook gewoon daar waar de mensen die dingen uit moeten doen.
Hebben we misschien de verkeerde ingang? Zijn er nog meer van die invalidehellingen waarlangs we naar boven gekomen zijn? Weten we zeker dat we ze daar wel weggezet hebben? Nee, nee, ja, we weten het zeker! Maar ze blijven weg.

Peter gaat op zoek. We spreken een plaats af waar ik op hem wacht en daar gaat hij….Intussen sta, hang, zit ik te bedenken dat die slippers toch eigenlijk niet kwijt kunnen raken. Iedereen komt hier met schoeisel aan, iedereen zet het hier overal zo maar onbewaakt weg, dit is een godsdienstige plek; daar ga je toch geen schoenen van een ander meenemen!; of een grapje uithalen en de slippers verstoppen? Ja, dat kan natuurlijk wel…. Nou ja, ik heb nog een paar slippers bij me, maar dan moeten we wel blootsvoets naar huis, kan wel natuurlijk, maar dan nemen we toch wel een gewone taxi…. etc, etc,
Peter blijft heeeel lang weg; ik ga eens kijken of ik hem ergens onderaan de trap zie (we hebben dacht ik boven afgesproken, toch?) en ja, hoor daar staat ie, mét onze slippers.

En zo gaat het in Thailand. Het loopt vaak anders dan je denkt, maar het komt goed!

De laatste dag hebben we geen programma. Na het ontbijt stelt Peter voor om eens een bezoekje te brengen aan de Universiteit. Dat schijnt te kunnen. Er zijn daar tours met een open bus over de campus. En zo rijden we een uur later over het universiteitsterrein. Het is de oudste universiteit van Thailand (1946). Ik vind de gebouwen van de verschillende faculteiten verschillen van “niks bijzonders” tot “foeilelijk”, maar het terrein zelf ligt in een groen gebied en tegen de berg aan waar Doi Suthep ligt. Er is bovendien een groot meer dat gebruikt wordt voor de watervoorziening en daar maken we even een stop voor een verplichte fotoshoot. We maken er het beste van!

Na de tour drinken we een lekkere cappuccino op het terrein. Dat doen we wel vaker, een cappuccino drinken, maar ik schrijf erover als het een hele lekkere is!
Omdat we daarna zin hebben om wat in een bosrijk gebied te wandelen, proberen we via een soort sluiproute op of naast het Universiteitsterrein te geraken en dat lukt best wel aardig. Niet op het terrein zelf, maar wel in een parkachtig deel ernaast. En, even later staan we voor de ingang van de Zoo. We kijken elkaar aan; een paar dagen geleden waren ook in de Zoo in Ubon. Maar daar hadden ze geen aquarium en hier wel….
En dat is maar goed ook, want het Aquarium is werkelijk schitterend, maar de rest is als dierentuin van zo’n grote stad echt een aanfluiting, met als dieptepunt de pinquins.
–  Er worden golfkarretjes te huur aangeboden, maar als je ze wil huren staan er wel 30 klaar, maar je krijgt er geen;
– Overal buiten en ín het park wordt reclame gemaakt voor de panda’s, maar het pandaverblijf is gesloten;
– De afstanden tussen de verschillende onderdelen zijn heel groot en superstijl, zodat je uiteindelijk begrijpt waarom het is toegestaan om de dierentuin ook met je eigen auto te bezoeken!;
– Als je het bord Oerang Oetangs volgt, kom je uit bij 1 zeer verdrietig kijkende Oerang Oetang;
– Op het plattegrondje staan weggetjes vermeld die er gewoon niet zijn!
– En de pinquins….ze staan op een betonnen plaat met een geschilderde ijsschots voor een vijvertje waar onze goudvissen nog dood in zouden gaan, vermoed ik.
Een trap naar beneden moet ons dan leiden naar uitzicht op de onderwaterwereld waar de pinquins zouden zwemmen. Twee verduisterde ramen en een trap omhoog.
En zo kan ik nog wel even doorgaan.
Na een tijdje werden we er zo melig van dat we erom konden lachen.

Toen we weer terug in de stad waren, hebben we een lekkere massage genomen bij ex-gedetineerden. Ik weet niet wat ze in het verleden allemaal uitgevreten hebben, die dames, maar masseren kun je blijkbaar leren! TOP.

 

 

Ik maak er verder geen woorden aan vuil.

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Oud en nieuw in Chiang Mai

Tegen 11 uur ‘s avonds wandelen we naar de Tha phae gate. Daar ligt een plein dat met oud en nieuw de “place-to-be” moet zijn. We boffen dat we zo lekker dichtbij wonen.

We hebben geen idee wat we eigenlijk kunnen verwachten hier, maar als we 100 meter de hoek om zijn, zien we het al. Honderden wensballonnen worden opgelaten en ze zweven als een lichtend lint omhoog. Wat een prachtig gezicht.


Ook links en rechts zijn mensen bezig met een wensballon. Het ontroert me om een man alleen te zien, die zijn ballon loslaat en nog minutenlang met de armen omhoog meewijst naar…ja, wat of wie?


Aan de rand van het plein weet ik nog een plekje te bemachtigen op een stenen bankje. Naast me zit een verkoopster van kleurige, lichtgevende artikelen (ballonnen, diadeems, armbanden etc.) Zij heeft niet veel klandizie, de meeste mensen zijn al voorzien. Aan de andere kant zitten een paar jonge meisjes die het druk hebben met hun telefoon. Ze appen, fotograferen zichzelf en elkaar en telefoneren. Als er een verkoopster langs komt met kleine mandjes met dito vogeltjes, slaat ze haar slag. Ze koopt een mandje  (100 Bath = €3) en bevrijdt de vogeltjes binnen de minuut. Dat is ook de bedoeling van deze aankoop. Of je dat ook moet doen met de vissen die de dame in een plastic zak aanbiedt? Gooi je die ook in het stadskanaal waaraan we zitten? Geen idee.

We genieten van het schouwspel. Volgen de wensballonnen. Dan weer hangt er een in de boom en vliegt al dan niet in de brand, dan weer vliegt er een tegen de verlichtingspaal, maar de meeste gaan goed. Soms wordt er gejuicht b.v. als een in de boom vastgelopen ballon toch weer loskomt en de vlucht vervolgt.
Peter en ik laten ook een wensballon op. We worden spontaan geholpen bij het aansteken door een jonge knul. Wat gaat het er hier vredig aan toe.

Dan wordt er afgeteld en daarna wordt er veel gezoend en geknuffeld. En, er wordt ook wat sier- en knalvuurwerk afgestoken. Het oplaten van de wensballonnen gaat overminderd voort. We weten niet hoe lang, want we wandelen rustig naar huis.

Nieuwjaarsdag  zitten we al vroeg op de fiets. De stad lijkt nog te slapen, maar als we bij de Wats komen, blijkt dat niet zo te zijn. De thai vieren nieuwjaar met een bezoek aan de Wat om ook hun wensen bij de Buddha neer te leggen of te hangen.

Wensen worden met een emmertje water naar boven getrokken, met gouden papiertjes op stupa’s geplakt, met banners aan waslijnen gehangen, in envelopjes in grote schalen gedeponeerd. Als we mee willen doen, worden we weer spontaan geholpen zodat we de goede kleur banner pakken, want hij moet wel passen bij je geboortedag en geboortejaar. We weten inmiddels dat Peter in het jaar van het paard geboren is op een dinsdag en ik op een donderdag in het jaar van de os.
Ook hier weer heel veel mensen maar in alle rust….

Het is besmettelijk, want ook ik voel me heel goed en relaxt.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Chiang Mai

Normaal gesproken weet ik na een dag of 2 wel waar de wc zich bevindt in onze kamer als ik ‘s nachts wakker wordt. Hier weet ik het al om een uur of 3.00 de eerste nacht: bij het voeteneinde linksaf en dan weer links. Ik ben er dan inmiddels een keer of 13 geweest!
Hoe ik me voel? Als een uitgewrongen dweil.

Gisteren was er nog geen vuiltje aan de lucht. Lekker door het oude stadsdeel geslenterd en weer even wennen aan al die toeristen. Wekenlang zagen we er bijna geen, maar Chiang Mai weten ze allemaal te vinden. Bij een reisbureautje boeken we 2 tickets voor een Tai-box evenement die avond. We worden in de B&B opgehaald en ook weer thuisgracht. Dat eerste klopt, dat laatste niet! Gelukkig is het dichtbij en het is lekker wandelweer: Peter ziet hier voor het eerst weer een joekel van een rat voorbijschieten.

 

 

 

 

 

De tai-boxwedstrijden zijn spannend! Er is een lady-boxer die het tegen een man opneemt. Ze wordt zelfs tot winnaar uitgeroepen, maar daar is het publiek het niet mee eens. Dat is de enige dissonant, want verder is de sfeer prima. Als er tussen de rondes door muziek klinkt van Queen, zingt de hele hal (400 man) als één stem mee.
Een andere wedstrijd gaat tussen 2 meiden. De ene loopt  een Badr Harietje op: ze raakt geblesseerd aan het onderbeen en kan niet verder. Bij  de mannen is het pas echt sensatie: daar wordt er één in de eerste ronde knock-out geslagen. Ik ben blij als ik hem zie bewegen, want hij is een flinke tijd van de wereld.
De laatste partij gaat over de volle 5 ronden. Keihard knokken met een verrassende  (terechte) winnaar.

Ja, en nou lig ik hier weer down en out. Peter houdt zich bezig met wat fietsen in de stad en zwemmen voor mijn deur.
Hopelijk ben ik vanavond een beetje opgeknapt om oud-en-nieuw te vieren op het plein bij de oude stadspoort. Dat schijnt de place-to-be te zijn.

Weer maar even een tukkie doen…. Zalig uiteinde! 🤨

Geplaatst in Uncategorized | 7 reacties

Ubon (2 dagen)

In Ubon zijn we al eerder geweest in hetzelfde hotel The Bliss. Ook nu vind ik het er  weer heel fijn.

We hebben fietsen tot onze beschikking en meteen de eerste middag maken we daar gebruik van. Zonder doel fietsen we langs het vliegveld, over een grote markt, door een park. We komen bij een zeer oude en zeer slecht onderhouden Wat. Het is eigenlijk een schitterend houten “kapel”, midden in een vijver gelegen. Maar wat ziet hij eruit. Binnen is het er stoffig; het hangt vol spinnenraggen en overal ligt duivenpoep. Ergens ligt een verdwaalde bezem, maar die is al lang niet gebruikt. Maar er staan ook schitterende Buddhabeeldjes.


We lunchen vanmiddag bij een all-you-cat-ear Sushi restaurant en het smaakt weer verrukkelijk. Wel veel rauwe vis, maar van superkwaliteit!

De tweede dag beginnen we met een bezoek aan de Zoo. Deze dierentuin bezoek je voor het grootste gedeelte met een treintje óf – zoals wij doen – met een golfkarretje. Omdat het nog niet druk is (wij zijn de eersten die met het karretje vertrekken) heb je het idee dat je alleen door een stuk ongerepte natuur rijdt waar je tussen de herten door rijdt en even later raak je in het oerwoud waar je leeuwen, panters en tijgers ziet.


De grote voliére waar je onderweg doorheen kunt wandelen, maakt grote indruk op ons. We zien vogels en kip-achtigen die we nog nooit gezien hebben en natuurlijk ontbreken de pauwen niet die behoorlijk aan het pronken zijn.

Dat pronkgedrag zien we ‘s middags weer als we in een groot winkelcentrum zijn. In het middengedeelte vindt een contest plaats van hele jonge meisjes (ik schat van 4 tot 8) die per groepje dezelfde sprookjesjurken dragen.  De meisjes zijn allemaal zwaar opgemaakt hebben nepwimpers en allemaal dezelfde getekende wenkbrauwen. De meeste dragen ook schoenen met hoge hakken. Ze zijn allemaal goed gecoacht, weten wanneer ze welke buiging moeten maken, wanneer de handjes op de heupen gelegd moeten worden en wanneer de knie vooruit moet.

Ik zie geen enkel meisje dat zich staat te vervelen of die er de brui aan wil geven, maar ik heb ook geen idee of de meisjes het nu zelf eigenlijk leuk vinden, want ik zie maar weinig plezier.


Het winkelcentrum is groot en ook dit is groots opgezet met kinderspeelpaleis  en bioscoop en een foodcourt waar je U tegen zegt. Betalen met een vooraf gekocht pasje en alle zaken zien er even hygiënisch uit en de gerechten worden allemaal  vers bereid.
De steden in Thailand zijn aan het veranderen en snel ook!
Alleen in de dorpen op het platteland lijkt de tijd nog stil te staan.

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie