Chiang Rai

Vlucht naar Chiang Rai

Kitty heeft ons keurig op tijd opgehaald en ze weet de weg snel te vinden.
We nemen hartelijk afscheid en zij wil ons graag nog een keer zien.
Wij zeggen: “Maybe”, maar denken dat we niet terug komen in Udon Thani, hoe fijn we het hier ook gehad hebben.

“Stop, stop! Come with me!” Een vriendelijk lachende medewerkster houdt ons staande nadat we de grote koffers op de loopband hebben ingecheckt.

Peter wordt meegenomen naar een kantoortje achter de incheckbalie, omdat hij zijn powerbank in zijn koffer heeft laten zitten. 
In eerste instantie denk ik: ze vroegen toch alleen naar elektronische apparatuur, maar dan herinner ik me het woord “batteries”. 
Oh, jee, in mijn koffer zitten er ook twee, juist omdat ik dacht dat dat soort spullen niet in de handbagage mocht. Is het net andersom: …. groentjes!

Peter staat ontzettend zijn best te doen om de powerbank in zijn koffer te vinden en maakt eerst allerlei verkeerde vakken open: de chaos in zijn koffer is nu compleet. In mijn koffer heeft hij ze blijkbaar zo gevonden, want ik heb niet eens gezien dat hij die ook open moest maken. Ik ben al verbaasd dat ik niet wordt gesommeerd naar achteren te komen, want ook bij mij zitten er 2 powerbanks in. 
Hij krijgt met moeite, samen met de vriendelijke medewerker, zijn koffer weer dichtgeduwd en even later zijn we weer samen: op naar de roltrap voor de 2e etage  om de handbagage in te checken.

“Stop, Stop!” Een andere medewerkster houdt ons net voor de roltrap tegen. Peters koffer, die toch al beschadigd was, heeft bij de laatste actie wellicht nog wat extra schade opgelopen en Peter moet 2 x zijn handtekening zetten dat de koffer al beschadigd was en dat Airasia geen blaam treft. “Thank you, thank you!” met heel veel smiles en gelach…..

Bij het inchecken van de handbagage gaat het weer mis: we moeten alle drankflesjes afgeven, inclusief het flesje met de ORS (tegen uitdroging bij buikloop) en bij mij wordt de schuimversteviger eruit gehaald: is 200 gr. en het max.gewicht is 100 gr…… groentjes!

Maar dan zijn we bij de gate en daar hebben ze heerlijke koffie.
En dan moet de dag nog beginnen.

De eerste vlucht naar Bangkok verloopt goed, vooral ook omdat ik van plaats verruil met de vader van een tamelijk dwingend huilend jongetje van een jaar of 4 die duidelijk écht niet naast mij wil zitten. Het is een win-win situatie, want ik zit nu aan het gangpad in een rustig rijtje.

We hebben een ruime stopover in Bangkok, dus tijd genoeg om uit en in te checken en wat te eten.

We hebben niets aan de koffers veranderd, dan verloopt het inchecken deze keer goed, zo redeneren wij. 
Niet in Bangkok, want daar wordt toch weer een flaconnetje zonnebrand in mijn handbagage gevonden: hup, in de prullenbak!

Maar voor de rest gaat alles goed en om 18.30 staan we in ons blokhutje in de tuin bij Pan Kled Villa eco hill resort. Peter loopt eerst 800 m. terug om voor mij een wijntje te gaan kopen bij de dichtstbijzijnde winkel die we net zagen vanuit de taxi. Ik probeer intussen onze spulletjes kwijt te raken in de blokhut, want kastruimte is er niet echt, maar het lukt: we zijn intussen ervaren reizigers en een klein uurtje later zitten we in het overdekte openlucht-restaurant aan een lekkere curry en een Laab-quinoa (vegetarisch). 

Moe, maar voldaan gaan we naar bed en slapen voor het eerst in een eenpersoonsbedje (gelukkig nog wel in dezelfde kamer😂). 


Morgen gaan we eerst de boel hier eens een beetje verkennen en plannen maken voor de komende dagen.

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Udon Thani (dag 4)

”Zie jij ook dat ze hier een carwash hebben?”

Wij zijn bij Wat Phra Phuthabat Bua Bok (even oefenen voor je de weg ernaar toe moet vragen, maar wij zijn op pad met Kitty, onze chauffeuse). Wij noemen haar zo, omdat ze een sticker van Hello Kitty op haar zeer luxe auto met automatische schuifdeuren heeft. Maar dat niet alleen: de binnenkant van de auto is helemaal roze opgepimpt: roze matjes, roze hoofdsteuntjes (met Kitty erop), roze stuurhoes en het kinderstoeltje naast haar (soms gaat de kleine meid op kleine ritten van mama) is uiteraard ook knalroze.

Het is een groot tempelcomplex net naast het Phu Phrabat historical park en dat is te zien. Ook hier liggen nog behoorlijk wat rotsen, waarvan handig gebruik is gemaakt bij de bouw van de tempel.
Het eerste wat we zien is een koppel vette varkens dat met een stuk of vier biggetjes de weg oversteekt.
Kitty ziet net op de tijd de kleintjes achter pa en ma!

We wandelen over het terrein waar mooie tempels te zien zijn.

Als we nog een laatste tempeltje willen bekijken, worden we geroepen door de monnik. Hij gaat ons cadeautjes geven die ons geluk zullen brengen. Het zijn een monniksjurk, gouden lotussen op stokjes en enkele wierookstokjes. We gaan ze wel weer meteen bij Boeda’s footprint doneren en er wordt subtiel op de tipbox gewezen.
Daarna worden we onderworpen aan een gebedsceremonie, waarbij we besprenkeld worden met flink wat koud water (welkome verfrissing) en we krijgen een zelfgeknoopt armbandje omgestrikt. Dit zal onze wensen krachtiger doen overkomen.

Dit gebeurt allemaal nadat we net 2 1/2 uur hebben gewandeld (lees: bergop-bergaf geklauterd) in het Historical Park. Het 5,5 km. grote terrein is een met rotsformaties bezaaide heuvel. Het is er indrukwekkend mooi. We genieten van de tocht en vooral ook van de stilte. Aan het begin van de tocht zien we nog één ander stel en aan het einde van de tocht komen we 4 jongens tegen die net starten, maar verder zijn we alleen.

Als we terug zijn, hebben we nog een programma af te werken:
– lunchen (het eten vinden we ingewikkeld hier in Isaan: niet echt lekker en we zijn inmiddels aan de diarree);
– diarreetabletten halen bij een apotheek;
– een laatste tempel in de stad hier bekijken;
– een laatste bezoek aan Amazon voor een echt lekkere koffie en kijken of ze iets hebben voor ons avondeten, want we gaan niet meer naar Lets get together;
– een klein flesje wijn halen bij de 7 Eleven
– de fietsen terug brengen naar de verhuurder (we vliegen morgen naar Chiang Rai)
En dat doen we allemaal!

Als we bij het tempelcomplex in de stad zijn, komen we bij een tempel waar een foto hangt van een overledene, met daarom heen veel witte bloemen. Er zit één man in de ruimte die ons erop wijst dat we vergeten zijn om de schoenen uit te doen, vraagt of we de overledene kennen en ons vervolgens uitnodigt om weer binnen te komen en plaats te nemen.
De overleden dame lijkt me erg jong, reden waarom ik naar voren loop en vraag aan de man of hij de vrouw kent.
”Zij is mijn vrouw”, antwoordt de man. ”Ze is 3 dagen geleden in haar slaap overleden aan een hartaanval. Ze lag ’s morgens dood naast me. Ze is 52 jaar geworden.
Wij wonen en werken in Bangkok, maar voor haar begrafenis zijn we hier in haar geboorteplaats.
Ik heb heel veel verdriet gehad, maar ze is heel vredig gestorven: nu gaat het wel weer.”
”Sorry for your lost”, stamel ik. Die komt even binnen…..

‘s Avonds eten we melk met cornflakes, kijken wat TV (Lubach en De Slimste) en ik ben zelfs te moe om mijn glaasje wijn op te krijgen….

Het is mooi geweest hier op het platteland van de Isaan.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Udon Thani (Red lotus pond)

In januari en februari bloeien de lotusbloemen op het gigantisch grote meer, een km. of 75 buiten Udonthani. En dan natuurlijk alleen maar als de zon opkomt want als het te warm wordt, gaan ze weer dicht.

Om 6 uur worden we opgehaald met de taxi. De chauffeur spreekt net genoeg Engels om ons te begrijpen en het is een lieve man.
Om 10 voor 7 stappen we het 2-persoons bootje in en varen we precies als de zon opkomt het meer op.

Het is een betoverend boottochtje. Elke 5 minuten verandert de lucht en de lotuszee van kleur en naarmate het lichter wordt, komen ook de lotusbladeren hier en daar omhoog, aangelicht door de zon.
De bootsman voelt goed aan wat we mooi vinden en bij elke stop – een klein stukje tussen de bloemen – blijft hij stil en draait alleen de boot een beetje bij, als hij denkt dat het aanzicht dan mooier wordt.

Hij spoort me wel aan om even op de voorkant te gaan zitten, vanwege mooie ”foto-momentjes”, maar ja, ik moet ook weer terug…Peter biedt aan om dan even te ruilen. Dat dat allemaal niet meer zo soepel gaat, zie je hieronder 🤣😂

Als we na ruim een uur terug varen, zien we nog een mooie vogel (rode kop en helder blauwgroen van kleur, de grootte van een kraai). Ik ben benieuwd of Theo en Jeanne (vogelaars) hem herkennen, want de haastig gemaakte foto geeft niet duidelijk weer hoe fel gekleurd hij is en is bovendien niet scherp.

Als we de boot weer uit moeten, merk ik 2 dingen: ik ben behoorlijk verstijfd én ik bibber van de kou. Ik kan niet ophouden met bibberen en volgens Peter heb ik ook bijna geen stemgeluid meer. Op het meer voelde ik natuurlijk ook wel dat het behoorlijk fris was, zo’n 15 graden schat ik, maar de echte kou slaat nu pas toe. Ik voel me echt niet lekker.
We eten wat en drinken heet water, want thee kunnen we het niet noemen, en buiten bij de auto probeer ik me wat op te warmen in de zon.

Op de terugweg bezoeken we ook nog een Chinees tempelcomplex en omdat ik elke schaduw vermijd en zoveel mogelijk in de zon blijf lopen, knap ik langzaamaan op.

Als we ’s middags weer wat bijgekomen zijn, fietsen we naar de Orchid-farm. Daar heeft Covid en de klimaatverandering toegeslagen. Er is weinig over van de farm die het vroeger was, maar de kweker is de zaak weer aan het oppakken. Hij heeft al bijna de hele kwekerij overkapt met schaduwnetten (want veel te warm de laatste jaren) en bij een aantal planten zonder bloemen, laat hij ons een foto van de bloem zien op zijn gsm (niet echt wat we gedacht hadden te beleven.) Maar ach, na de lunch die we net hadden bij zijn overbuurvrouw én de fantastische ervaring van vanochtend, kan niet veel meer afdoen aan ons geluksgevoel.

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

3 dagen Udonthani

Dag 1

Peter is al vroeg op en wandelt het meer rond: 3 kwartier.
Het ontbijt bij het Prajaktra-hotel is verrassend. Er blijken ineens toch een heleboel gasten te zijn. De dame die het ontbijt managet is supervriendelijk én er is een heel uitgebreid buffet, waarbij bovendien eitjes gebakken worden op de manier zoals jij wil.
Het lijkt ineens een ander hotel.

Toch gaan we graag naar het Wara-hotel waar we nu drie hele dagen blijven: ff pas op de plaats.
We laten de koffers achter (we kunnen pas vanmiddag inchecken) en wandelen naar een fietsverhuurzaak. We kiezen 2 fietsen uit en meteen gaan we het meer rond en naar de stad. Heerlijk, eigen baas over je vervoer en zo de stad verkennen.
Bij Amazon, onze koffiezaak bij voorkeur, hebben we een leuk gesprek met een leraar Fysica op de universiteit van Puket. Hij gaat in april naar Liverpool en is heel erg benieuwd wat de temperatuur daar zal zijn en wat hij voor kleren aan moet.
Het valt nog niet mee om de weg te vinden hier. Zo zoeken we bijvoorbeeld behoorlijk lang naar de beroemde klokkentoren, maar dat is nog niets vergeleken bij de zoektocht naar Wassas (Watsons, voor niet-Aziaten) waar we goede zonnebrandspray willen kopen (we spuiten veel en dat helpt: we zijn nog geen enkele keer verbrand!)
We gaan eten bij een Vietnamese voedsel-afhaal-service, waar aan de lopende band geproduceerd wordt. Er zit ook een restaurant bij. Omdat Peter de laatste dagen wat sukkelt met de darmen wil hij alleen maar licht en vegetarisch eten. We krijgen het niet gevonden op de kaart en ook niet uitgelegd aan de serveerster. We vertrekken, enigzins teleurgesteld. Dan stapt er een jong meisje dat ook net het restaurant verlaat, op ons af. Ze vraagt in perfect Engels of ze ons misschien kan helpen. We vertellen het probleem. Ze neemt ons weer mee terug naar binnen, legt aan de poetsvrouw uit wat wij willen en deze zorgt ervoor dat we precies krijgen wat we willen. GE WEL DIG.

We genieten er zo van dat we pas rond 4 uur ”thuis” komen. We hebben een prima kamer en krijgen een extra stoel bij zodat er niet een van ons (meestal ik) op bed moet hangen.

Morgen om 6 uur vertrekken we naar de red-lotus-vijvers. Ik denk niet dat we er een lange avond van gaan maken…


Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Twee reisdagen

Van Don Som (Zuid-Laos) naar Udonthani (Noord-Oost Thailand)

Dag 1

 Het afscheid gaat gepaard met “terugkomen”; “was maar langer gebleven”;” als jullie in Nederland zijn, komen jullie zeker naar ons toe” en “goede reis” en “tot ziens”…..

De reis naar Ubon is ook weer helemaal door Tanoi geregeld: boot, tuk-tuk, mini-bus en daarmee ook de grens over en naar Ubon.
Zals verwacht loopt alles anders.

Bij de grens worden alle koffers uitgeladen wat betekent dat we die zelf de grens over moeten slepen: niet te doen over hobbelig zandpad, ijzeren hekje en trappen af en op bij de tunnel. Gelukkig staat er een kruier die voor een paar Bath onze koffers de grens over wil brengen. We vertrouwen erop dat het goedkomt (en gelukkig is dat ook zo). Aan Laos-zijde worden we weer geconfronteerd met corrupte ambtenaren en moeten we weer meer betalen dan het officiële bedrag.

Braaf doen is het enige wat erop zit: dat doet iedereen, anders kom je niet verder Dat merkt ook een Franse jongeman die protesteert: hij wordt aan de kant gezet en komt gewoon niet verder: uiteindelijk geeft ook hij zich gewonnen.

Eenmaal aan de Thaise kant, vinden we onze koffers terug en moeten we in een ander mini-busje overstappen en dat is geen feest! Het is klein, het zit helemaal vol, je hebt nauwelijks beenruimte en de koffers worden tussen alle passagiers ingepropt. Er blijft nog één mini-plekje achterin leeg en dat wordt bij de eerste stop opgevuld door een jonge, slanke, lenige jongen en dat is maar goed ook, want hij moet via de achterdeur naar binnen, klauterend over hoge stapels bagage. 
Ik vind het aanvankelijk verschrikkelijk dat we ook nog verplicht worden een mondkapje te dragen (want extra benauwd), maar nu we hier met zovelen opgehokt zitten….

Maar goed, na ruim anderhalf uur zijn we op het busstation in Ubon waar we meteen informeren naar onze busreis van morgen: om 8.30 uur vertrekken met een VIP – bus, 7 uur rijden….

Als we met de taxi voor The Bliss worden afgezet, worden we herkend door de receptioniste en ja, natuurlijk hebben ze een kamer voor ons en morgen om 7 uur staat er voor ons een gebakken eitje (sunny side up) en een omelette klaar in de ontbijtruimte. 

Ik ben zelfs verbaasd dat ik hier de WC weer kan doorspoelen door op een knopje te drukken!

We werken de sociale contacten bij (hoi, hoi we hebben weer wifi); gaan een hapje eten en tegen 11 uur schuiven we tussen de satijnen lakens….😄

Dag 2

We reizen inderdaad met een VIP-bus: ruime plaatsen en er is zelfs een WC aan boord. Als je een bezoekje daaraan wilt vermijden, dan moet je bij de enkele stops bij de grotere stations onderweg, behoorlijk snel de WC vinden en hup, snel weer terug! De chauffeur zet er de sokken in en dat is maar goed ook, want de busreis duurt precies 7 uur.

Met een tuk-tuk rijden we naar het Prajaktra Designhotel waar we voor deze ene nacht geboekt hebben omdat “ons” hotel hier – Het Wara hotel – vol zit.
Behalve het Chinese nieuwjaar vinden er hier deze week diverse sportevenementen plaats tussen universiteiten wat verklaart dat je hier in deze week zo moeilijk een hotel vindt.

Dit hotel stond oorspronkelijk ook op ons lijstje, maar we zijn heel blij dat we voor iets anders gekozen hebben. Dit is een heel groot, vergane glorie-hotel en kennelijk de allerlaatste optie voor mensen. We zien geen andere gasten. Geen restaurant, geen drankje te krijgen, geen groet als je binnenkomt. 
Het immens grote zwembad is uitgestorven (1 ligstoel en 1 kapotte): in de hoek van het zwembad vecht een vleermuis voor zijn leven…..

We besluiten om voor het avondeten naar ons “eigen” Wara-hotel te gaan, een leuke wandeling langs het grote meer. We lopen tegen de stroom in, want op de fiets- en voetpaden die hier zijn aangelegd geldt een eenrichtingsverkeer!

Het is behoordlijk druk met (snel-)wandelaars en hardlopers, maar niemand wijst ons terecht.

Als we het straatje naar het Wara hotel inslaan, worden we na een paar honderd meter belaagd door wel 8 blaffende, springende honden: onze nachtmerrie.
Teruggaan is geen optie meer, dus we moeten er doorheen. Negeren en doorlopen én de neiging om te gaan rennen onderdrukken. Blaffende honden bijten dan wel niet, maar we zijn er doodsbang van.

Bij het Wara hotel zit een vriendelijke receptioniste die ons echter vertelt dat ze geen restaurant hebben! Dat kan gewoon niet, volgens ons. Het staat op hun eigen website en ook bij het boekingsbedrijf Agoda staan er heel veel positieve reviews, ook over de kwaliteit van het eten in hun restaurant. Voor ons een reden om juist daar te boeken. De receptioniste stamelt wat over corona en zegt dat ze het allemaal niet weet: ze werkt hier pas 2 maanden. De manager wordt gebeld en na 10 minuten zijn we in gesprek met hem en we vertellen dat we teleurgesteld zijn dat er geen restaurant is en vooral over het feit dat de gegeven info onjuist is en dat zelfs nu zijn website niet is aangepast. 

Hij erkent dat hij fout zit en zegt zijn website te gaan aanpassen. Hij vraagt zich hardop af wat hij nu kan doen voor ons…Dat weten wij ook even niet…

We vertellen hem wat onze plannen zijn voor de komende dagen: een bezoek aan de “red lotus vijvers” en de dag erna naar een historisch park. Zowel de receptioniste als de baas zelf, gaan meteen aan de slag voor ons. Er wordt flink wat heen en weer gebeld. 

Er wordt ook een Grab-taxi gebeld waarmee we naar een aanbevolen restaurant gaan. Met een hartelijk “tot morgen” vertrekken we.

Het “Michelin” restaurant serveert niet de kwaliteit die we in Laos kregen en als ze een Grab-taxi regelen om naar het Prajaktra Designhotel terug te gaan, geven ze het Prjaktra-hostel door, zodat we op de verkeerde plek uitkomen. We vragen de chauffeur ons door te rijden naar de goede plek.

Het was me het dagje wel…..

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Don Som (Laos)

Dag 1

Het is een puzzel hoe we op Don Som moeten komen, dat beschreef ik al in mijn vorige blog. 
Het goede nieuws is, dat alleen het busje 3/4 uur later komt dan gepland en dat de rest perfect verloopt. 
We worden op tijd uit de bus gezet, waar een tuk-tuk rijder op ons wacht en als we bij “de kade” aankomen, ligt daar de boot naar het Riverresort van Sander en Tanoi al klaar. We worden geholpen waar het maar kan; onze koffers worden versjouwd en handen worden toegestoken als we in de tuk-tuk en de boot klimmen. 

Sander komt naar beneden lopen zo gauw hij de boot ziet aanmeren en het weerzien is heel bijzonder, hier in de omgeving waar Sander en Tanoi wonen.

Wij krijgen het meest luxe verblijf, met een slaapkamer en een wc- en doucheruimte ensuite. We moeten wel een treetje of 6 omhoog, zonder leuning, maar ik heb de hoop dat dat wel gaat lukken zonder kleerscheuren.

Onze veranda met 2 hangmatten kijkt uit over de MehKong-rivier.

Er zijn geen ramen in onze kamer, alleen houten luiken die open kunnen, maar als ze open zijn, komt ook – tegelijkertijd met het licht – alles wat vleugels heeft naar binnen.

Tanoi moet vandaag examens Engels afnemen en komt pas morgen naar huis.

Aan het eind van de middag wandelt Sander met ons door het dorp, maakt een praatje met iedereen bij wie we voorbij komen (Sander beheerst inmiddels de taal goed genoeg om dat te kunnen) en het is duidelijk dat iedereen hem kent. Dat is hier niet zo moeilijk, want iedereen kent iedereen hier in deze gemeenschap.

Wij zien het leven hier zoals het gaat. De mensen zitten bij elkaar, kletsen, drinken, koken sticky rijst, kappen hout om houtskool te maken, wat kleine kinderen zijn aan het dollen met een paar buffels; er scharrelen kippen en eenden rond en er lopen honden met ons mee. We zien o.a. het huis van zwager en schoonmoeder. Deze laatste zit onder een boom met wat bevriende buurtbewoners te kaarten, een spel dat hier officieel niet is toegestaan, net als in Thailand.

Wij kijken naar de zonsondergang.

De schoonzusjes van Sander koken voor ons en na het eten praten we over het leven en dat van Sander in het bijzonder, onder het genot van bier en eigengemaakte LaoLao met banaan. 

De trapjes blijken zelfs nu geen onoverkomelijke hindernis…

Dag 2

We krijgen brommerles. De bromfietsen van de schoonzusjes Tobee en Nanggoi kunnen ook gehuurd worden door de gasten en dat doen we vandaag. We hebben alleen nog nooit op een “schakel- brommer gereden; vandaar de les. Het gaat allesbehalve soepel, maar ja we oefenen dan ook op een niet helemaal effen stuk gras op het erf.  

Even later weten we dat het veeeeel erger kan. De hoofdweg hier is een zandpad vol diepe kuilen en groeven en loopt hier en daar tussen rijstvelden door. Daar moeten we doorheen zien te ploegen met onze brommers, 1 1/2 km. Dat lukt en nu heb ik er alle vertrouwen in dat de rest appeltje-eitje moet zijn. Nog even met de veerpont naar het vasteland en daar zijn verharde wegen.
Nou wil het geval – ik had het kunnen weten – dat de aanlegpunten van de boot diep beneden liggen, via steile toegangspaden. Ik ben dan ook dolblij dat de bootsman mijn brommer komt halen en hem naar beneden rijdt (en later ook weer omhoog) en ik neem mijn petje af voor Peter die het zelf doet!

We rijden een stuk op het vasteland en dan via een brug naar het noordelijker gelegen eiland Don Khong dat een stuk groter is dan Don Som. We rijden het hele eiland rond. De eerlijkheid gebiedt te vertellen dat er weinig te beleven valt. Er is weinig verkeer: wat mensen op een brommertje, een enkele traktor. Er lopen meer koeien, geiten en hondjes op de weg en die zijn tamelijk onvoorspelbaar. Als je dan ook nog alle bobbels en diepe kuilen in de gaten moet houden, dan is het toch een spannende onderneming, zo’n dagtour.
We stoppen een aantal keren voor een tempel, een korte wandeling langs de rivier en een pepsi en de lunch. Bij de lunchplek blijkt een wifi te zijn en we maken van de gelegenheid gebruik om de familie te appen, iets wat bij Sander niet lukt. Hij wil geen wifi: hij is meer van het gesprek van mens tot mens. 

Als we terug zijn, blijken we niet meer de enige gasten de zijn. Er zijn twee stellen bijgekomen (Duits en Franse) en ‘s avonds komt er nog een Italiaanse vriend van Sander (Sergio) en een jonge leraar uit Berlijn. Ook Tanoi is weer thuis en zij neemt meteen haar rol als gastvrouw op. 

Na het eten blijven we, samen met Sander, Sergio en de Berliner (deze naan is niet blijven hangen) nog wat ervaringen uitwisselen en er ontstaan mooie gesprekken.
Ik haak als eerste af: ik heb zin in mijn bed. Peter komt even later ook.

Mooie dagen hier…

Dag 3

Peter maakt een lange wandeling over Don Som ‘s morgens. Ik probeer een bedankkaartje te schilderen voor Sander en Tanoi, maar het lukt voor geen meter. 

Ik hang dus heerlijk met mijn e-reader in de hangmat op de veranda.

We houden verder ons gemak tot een uur of drie: dan varen we met Sander en Tanoi en de twee kinderen die hier wonen naar een dichtbij gelegen eilandje om lekker naar het strand te gaan. Koelbox met wat frisdrank mee en een voetbal voor de kids. 

Als we daar aankomen, zien we dat het strandje is verdwenen. Een oudere man heeft het stuk geannexeerd en heeft het volgeplant met jonge bonenplantjes. Ik denk dat er nog een reepje “strand” over is van 2m. bij 50 cm. De meegenomen lage stoeltjes passen er nog net op. Zoals overal hier doen we het met wat er is en we installeren ons op dat plekje. De jongens gaan meteen het water in met de bal en wij volgen al snel hun voorbeeld.

Zwemmen kan eigenlijk niet, want de stroming is zo sterk dat je al zwemmend een sur-place uitvoert. Tot een meter is twee uit de kant kun je er nog staan, dus dat is veilig gebied. Als de bal van de jongens afdrijft, is ophalen geen optie, maar de illegale boer is niet te beroerd om in zijn boot te stappen en de bal te gaan ophalen. 

Even later komen ook de zus van Tanoi, en Sergio aangevaren met bier en chips en ze passen er bij hoor! Peter is namelijk net met Sander het eiland rond gaan wandelen. Als ze terugkomen gaat Tanoi het water in en Sander blijft daar ook hangen: zo kan het ook! Er wordt gestoeid, gekletst: kortom een hele bijzondere gezellige strandervaring!

Dag 4

Hoewel het behoorlijk warm is, besluiten we toch een wandeling te gaan maken.

We wandelen het dorp uit aan de noordkant en nemen daar een pont naar het vasteland. Het is hartstikke druk op de veerboot: er staan wel 10 brommers op met hun berijders, allemaal heel chic gekleed in zwarte jasjes en donkerrode t-shirts of overhemden; ook de dames hebben hun best gedaan. Zij gaan de jaarwisseling vieren van de Chinezen; morgen is het Chinees nieuwjaar.

Op het vasteland wandelen we weer zuidwaarts langs het water en de gehuchten en we zien veel ambachtslui (de meeste vrouwen) die met de hand bouwstenen voor huizen aan het maken zijn. Ook metalen hoeksteunen (er zal vast wel een betere naam voor zijn) die in de bouw gebruikt worden, worden van een ijzeren staaf handmatig tot strakke vierkanten gebogen. We kijken daarna heel anders naar de enkele stenen huizen die we hier zien.

Wanneer we weer op de grote weg zijn, is het hoog tijd dat we een toilet kunnen vinden. We worden supervriendelijk ontvangen in een “restaurant”/drinkgelegenheid en natuurlijk mogen we naar het toilet: via de keuken, door de achterdeur naar het plaatsje achter, waar achteraan links het toilet te vinden is. Keurig netjes.

Als ik terugkom, is Peter al weer volop aan de praat met een jonge knul, wiens broer de zaak hier runt: beide mannen spreken heel goed Engels (uitzonderlijk hier). Ook staat er een schaal met gevulde bananenbladeren. Ik vraag wat hij besteld heeft. “Ja, niks eigenlijk! Dit wordt ons spontaan aangeboden. Het zijn zelfgemaakte lekkernijen voor de oud en nieuw- viering.”

Het gaat maar door… wat een lieve mensen ontmoeten wij toch.

Natuurlijk zijn ze niet allemaal vrijgevig: dat kan ook niet als je zelf niets hebt, en helaas zijn er hier veel van. Sommige families/gezinnen zouden honger lijden als niet een paar van hun (net of net niet) volwassen kinderen in Thailand zouden werken en elke week geld sturen. De regering doet hier niets voor mensen.
Voorbeeld: als je je afvraagt waarom er altijd zoveel zooi ligt onder en rondom hun huizen: er wordt nooit vuilnis opgehaald: iedereen moet maar zelf zien hoe hij ervan afkomt. Tegen de avond zie je dan ook overal vuurtjes waarin het afval wordt verbrand.

En zo zijn er nog heel veel meer problemen hier in Laos. Door het contact met Sander en Tanoi die hier ook werken en wonen (Tanoi is in dit gehucht geboren) hebben we een heel goed inzicht gekregen in het leven hier met alle problemen vandien.

Sander en Tanoi doen zoveel mogelijk voor het verbeteren van de leefomgeving van hun buurtbewoners. Ze hebben o.a. een brug gebouwd en nu zijn ze van plan om bij hun guesthouse een van de terreintjes te gaan inrichten als een plek voor jongeren (activiteitencentrum) waar ze niet alleen kunnen spelen, maar ook kunnen knutselen, muziek maken etc. en zo hun talenten kunnen ontdekken. Daarnaast krijgen ze ook veel informatie met name over het milieu. “Bij de ouderen gaat dat niet meer lukken” merkt Sander op “We moeten de jongeren bewust maken van het effect van vervuiling en ervoor zorgen dat ze geen plastic meer overal weggooien.”

Maar ook Sander en Tanoi zijn onderdeel van de samenleving daar en ook hun financiële mogelijkheden zijn beperkt waardoor het allemaal minder snel gaat dan ze willen.

Wij gaan ze steunen omdat we gezien hebben dat elke euro heel goed besteed zal worden. Jij kunt dat ook doen: elke euro telt. Fijn als je ook doneert.

Rek.nr. NL73RABO0138857539 t.n.v. AMA Putmans o.v.v. Community DonSom

Als we ons eiland weer opwandelen, zie ik ineens een hoop hanenkorven staan en we horen geroep en geschreeuw. We gaan eens kijken wat er aan de hand is. 

We zien hanen vechten. De mannen erom heen zijn razend enthousiast; wij stukken minder….het is een uitputtingsslag waarvan we de afloop niet afwachten.

Ook dit is Laos: er wordt veel gegokt en gedronken (Lao whisky wordt thuis gestookt en is even duur als bier) hun manier om even aan de sores van het armoedige bestaan te ontsnappen…..

‘s Avonds worden we uitgenodigd om met dezelfde club mensen te “ bbq’en”.

Een soort galgenmaal, want morgen nemen we hier afscheid en reizen we terug Thailand in.

We hebben het hier ontzettend fijn gehad.

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Laatste dag in Champassak

Na een mooiere zonsopgang dan gisteren en een ontbijt, zitten we weer vrij vroeg op de fiets. We willen vandaag zomaar wat rondfietsen door de rijstvelden en langs buurtschappen. Niet zo ver en zo lang als gisteren: een paar uurtjes in de ochtend.

We komen geen wereldschokkende dingen tegen, gewoon het leven van alledag.
– Kinderen die op hun schattigst ”Hello” of ”Sabadee” roepen en zwaaien en dan de grootste lol hebben als wij – terugzwaaiend en groetend – voorbij zijn.
– Mensen, werkend op de rijstvelden of rondom hun huizen.

Naarmate het pad volgt, worden de kuilen groter waardoor er ook meer water- en slijkpoelen op het pad liggen en het aantal mede-padgebruikers daalt zo langzamerhand tot het 0- punt.
(Behalve dat ene oude mannetje dat door een heel smal paadje uit het niets verschijnt, juist op het moment dat ik mijn broek naar beneden wil doen, zien we daar echt niemand! 🥴🤭).

Het is een hele mooie ochtend.
Tegen lunchtijd zijn we weer terug in het paradijs en daar is het goed toeven.

Morgen gaan we nog verder zuidwaarts, naar het eiland Don Som waar een oud-student van ons, Sander, samen met zijn vrouw Tanoi een B&B runnen.
De rit ernaar toe is nogal gecompliceerd: bootje – minibus – bij tankstation eruit, dan weer tuk-tuk, dan weer een boot (misschien 2): het is een hele puzzel.
En dan hier een staaltje klantvriendelijkheid van ons resort.
Zij hebben voor ons de hele rit geregeld en de vervoerders geïnformeerd én zelfs met het volgende resort (zij weten niet dat we Sander en Tanoi kennen en wij met hen ook overleggen over hoe en wat) contact opgenomen dat we eraan komen en hoe: ze hebben zelfs een kopie van ons paspoort meegestuurd.

Ik ben serieus ontroerd door zoveel hulp en zoveel lieve mensen….

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Champassak

Op zondag 16 januari vertrekken we met een tuk-tuk 40 km. verder naar het zuiden van Laos, naar Champassak. We zitten er maar met zijn tweeën in (samen met onze koffers) en de chauffeur zet er flink de sokken in. Na 3/4 uur uitgewaaid te zijn, stoppen we bij Riverside: ons nieuwe plekje voor een dag of drie.

Ik kan mijn ogen niet geloven: we zijn hier in het paradijs aangekomen. De ”huisjes” liggen aan de rivier Mekong in een prachtig aangelegde tuin. We krijgen zomaar een upgrade naar een benedenwoning aan de Mekong: naast de deur een zwembad, dan het restaurant, en daarachter zwembad nr. 2.
We installeren ons, lunchen en gaan meteen naar zwembad nr. 2: zwemmen en relaxen.

’s Avonds is er een tuinfeest van een Thaise groep waardoor we getrakteerd worden op een life-orkestje met een zanger en zangeres. Gelukkig heeft de laatste een ondergeschikte rol, want ze pakt alle hoge tonen net niet hoog genoeg….. Of het daaraan ligt, weet ik niet maar ik kan niet zeggen dat de sfeer er lekker inzit. Misschien later, maar dan zijn wij al lang naar Wie is de Mol aan het kijken.

We ontdekken ook nog een tweede douche in ons huis: een buitendouche!

Maandag
Vandaag zijn we heel vroeg wakker, want we willen zonsopgang zien. Het is nog wat bewolkt zodat we de komende dagen in de herkansing gaan: dat moet beter kunnen.

Direct na het ontbijt stappen we op de fiets. Peter heeft gisteren een secundaire weg gevonden door Champassak die ons uiteindelijk bij Wat Phou zal brengen: we zien wel of we er komen, want het is een flink eindje trappen en – ook al is het vroeg – behoorlijk warm.
Onderweg is er van alles te zien: het dorp wordt wakker. Kinderen roepen en zwaaien naar ons.

We stoppen even bij een Wat en daar lijkt een viering te gaan beginnen. Er staat een soort prieeltje tegen de Wat aan en de loper naar boven is uitgelegd. Er lopen wat monniken en gewonene stervelingen rond. Wij denken aan een dienst voor een overledene, maar dan horen we in de verte muziek aankomen die niet echt past bij een begrafenis. Het is een orkestje in de laadbak van een truck, met daarachter een stoet van mensen. Het lijkt of het hele dorp is uitgelopen. Als ik de stoet film, word ik weer heel vriendelijk toegelachen en gegroet.

Het blijkt een inwijding van een monnik. De jonge knul wordt op een draagbed met baldakijn 3 x om de tempel heen gedragen (soms met opzet flink schuddend met hem) de hele meute erachteraan. In die volggroep wordt door een paar dames iets gestrooid waar zowel de kinderen als de andere vrouwen meteen opduiken. Ik kan niet ontdekken wat er gestrooid wordt: de rapers zijn te snel (of ben ik te langzaam?).

Uiteindelijk wordt de monnik in spé naar boven gedragen, waar hij een kaarsje opsteekt. De dienst gaat beginnen. Het andere onderdeel waarbij hij in het prieeltje iets over het hoofd krijgt gegoten (ik vermoed water) wachten we niet af. We fietsen door naar naar Wat Phou.

Deze Kmer tempels zijn van de 9e eeuw en helemaal bovenin tegen de berg staat er één op instorten, volgens Peter. Ik kan dat helaas niet controleren, want halverwege stop ik met de beklimming. Ik wacht in de schaduw tot Peter terug is. Het is een prachtige plek: ik geniet.

Op de terugweg (weer 15 km.) komen we langs een grote winkel (een schuur eigenlijk) waar we vinden wat we nodig hebben, o.a. een tandenborstel, muggenverdrijver en zakdoekjes (is echt moeilijk hier: ze hebben ze wel – zelfs van Kleenex maar geen idee waar ze voor zijn – ze komen met van alles aandragen……🥴🤣).

De lunch bij ons resort halen we niet meer, dus dat doen we onderweg (ook weer zo lekker!) en thuis installeren we ons meteen op de strandstoelen na een frisse duik.
Genoeg voor vandaag…..

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Dagje Bolaven-plateau



”Hé? Rijdt de chauffeur nu terug naar Pakse….?????

Het is tegen 12.00 uur en we hebben met onze privé-chauffeur in een luxe busje van het resort Le Jardin, een kleine koffie- en theeplantage bezocht en twee mooie watervallen, maar volgens onze afspraak met Hatsjoe (beheerder van Le Jardin) gaan we vandaag het Bolaven plateau op en zullen we pas tegen de avond terug zijn.
Vanmorgen adviseerde hij ons nog een vestje mee te nemen (“…het is koud op het plateau…”)

Peter informeert bij de super-aardige chauffeur met als enig minpuntje dat hij geen woord Engels spreekt, waar hij naar toe rijdt. Hij snapt de vraag en zegt ”Pakse”. Peter probeert hem duidelijk te maken dat dat niet de bedoeling is en omdat dat niet lukt, belt de chauffeur Hatsjoe en geeft de gsm aan Peter.

Er ontstaat een flinke discussie die erop neerkomt dat wij het verkeerd begrepen hebben en dat wij deze excursie-ochtend hebben afgesproken en als wij het plateau op willen dat we dan € 30,00 meer moeten gaan betalen. Peter ontkent en ik begin me er op afstand mee te bemoeien…Peter zegt: ”I give you my wife…” En, hoewel ik weet dat ”bitchen” hier zeer ongepast is en vaak niet helpt, probeer ik dat toch – op een voor mij – gematigde manier, waarbij ik heel duidelijk maak dat afspraak, afspraak is en dat we niet tijdens de wedstrijd de spelregels gaan veranderen en dat we het plateau op willen. Dus? ….

Het werkt. Als hij Peter weer aan de lijn heeft, zegt hij dat het OK is en geeft de chauffeur nieuwe instructies. Die draait om en alsof er niets gebeurd is, rijden we de plateau-route. We lunchen onderweg, zien nog een paar prachtige plekken met watervallen en wandelen door een zeer primitief buurtschapje (dorp is een te groot woord).


Als we terug zijn bij Le Jardin zijn de chauffeur en wij ”vrienden voor het leven”; komt Hatsjoe naar ons toe en wil alleen maar weten of we een fijne dag gehad hebben en wuift het incident weg; hij wil er geen woorden meer aan vuil maken en wij dan ook maar niet meer. Zand erover, lucht geklaard, verder waar we gebleven zijn….

Peter trekt nog even een baantje in het zwembad voor we gaan eten bij Daolin.


Als we bijna terug zijn, is er op de hoek van onze straat een groepje jonge mannen aan het feesten: de muziekboxen van de auto op standje ”oerend hard”, blikje bier in de hand en dansen maar. Het duurt nog geen minuut voor Peter één van hen is….

Het is een mooie laatste dag in Pakse geweest.



Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Ome Herman en tante Nel in Pakse

Daar zijn ze weer: het vrolijke gemengde koppel; op de grootste markt die ik ooit zag in Azië.
De sfeer zit er nog steeds in.

Wij zijn op de markt en weten niet wat we zien (en het is toch niet de eerste keer in Azië!).
Ontzettend groot, chaotisch, heel veel van heel veel verschillende artikelen (dus breed en diep assortiment, toch?), ontzettend vriendelijke verkopers en een ontstellend vieze, vuile plek om te verkopen en te kopen. Misschien dat de regen van gisteren daaraan ook een bijdrage heeft geleverd, maar ik verwacht niet dat het morgen (zelfs na deze mooie, zonnige dag) veel beter zal zijn.

We wandelen een stukje verder, zoveel mogelijk op de stoep als dat enigszins kan, en/of houden een tuktuk aan. We bezoeken Wat Luang die aan een zijrivier van de Mekong ligt.


Ik vind hem mooi, maar niet heel indrukwekkend. Misschien omdat we al redelijk veel Wats hebben bezocht, waaronder een paar heel bijzondere.

We lunchen bij Pakse Hotel (waar Peter gisteren nog zo’n aversie tegen had, omdat we daar min of min ongevraagd werden gedropt door onze shuttle service. Nou, dan kost het ”omdenken” even tijd) en daarna laten we ons aan de overkant masseren. Bij de start (wat moet ik hier allemaal uit doen en wat allemaal aan? Ik krijg namelijk een hesje en een soort katoenen broek voorgehouden…) ontstaat er zo’n Laotiaanse spraakverwarring, dat zowel de twee masseuses als ik de slappe lach krijgen. Eén van de twee ligt gierend van het lachen op de grond. Nou moet ze daar toevallig toch zijn, want wij worden op matrasjes op de grond gemasseerd, een uur lang voor €4,50.

Na afloop laten we ons terugrijden naar Le jardin de Pakse, waar we de rest van de middag aan en in het zwembad doorbrengen.

Geplaatst in Uncategorized | Reacties uitgeschakeld voor Ome Herman en tante Nel in Pakse