Voorbij

Zo’n paar uur voor ons vertrek uit Singapore, terug naar Nederland na een reis van bijna drie maanden.
Gemengde gevoelens, want ik ga graag weer naar mijn familie, vrienden en kennissen, maar ik laat hier weer een zoon achter met zijn gezin. Die ga ik wel weer over een half jaar zien als zij naar Nederland komen, maar toch….

Vanochtend nog even in het zwembad gelegen (35 gr. vandaag en weer super vochtig); een laatste spelletje Quixx met de kleinkinderen… straks met zijn allen nog naar de pizzeria…

De afgelopen week, na die flitsende start met de Hash-run, hebben we onze tijd tijd besteed aan de voorbereiding van het “heerlijk avondje”, de laatste hand gelegd aan de surprise en op de valreep nog een zoektocht naar een spel…
Niet gevonden, maar een leuke avond is het wel! Veel mooie gedichten en blije gezichten.
Het restant van een heerlijk avondje met surprises staat nog in de kamer.

Als iedereen aan het werk is en de kinderen op school zijn, maken wij nog een paar wandelingen door Singapore. We gaan o.a. naar de Chinese wijk en naar Katong in het Oosten, waar veel authentieke shophouses te zien zijn. We wandelen nog door naar de zee en nadat we hebben zitten mijmeren op een bankje, zwerven we met de bus weer naar “huis”.
Ik ben nog naar de pedicure/manicure geweest en Peter heeft de Pinnacle bezocht (een wandeling over een brug die een 7-tal flats op de 50e verdieping met elkaar verbindt.

’s Avonds gaan we met Koen en Kim naar een pubquiz in de Hollandse Club. Bijna geen Nederlander te zien en de quiz is in het Engels. Hoewel het er aanvankelijk beroerd uitziet, eindigen we op plaats 5/8 en daar zijn we heel tevreden mee. Het is een gezellige avond.

Alle gezellige, mooie momenten van de bezoekjes in Singapore ga ik koesteren, net als alle andere overgetelijke avonturen van deze bijzondere Aziëreis.

Geplaatst in Uncategorized | 4 reacties

Terug in Singapore

“Zijn jullie moe?” “Nou, eerlijk gezegd, niet.”

We zijn vanochtend om 5 uur opgestaan om naar het vliegveld in Padang (West-Sumatra) te gaan. Van daaruit vliegen we naar Kuala Lumpur (Maleisië) en dan door naar Singapore.  Om 3 uur (het is een uurtje later daar) landen we daar en wachten Koen en Mas, die enthousiast staat te roepen en zwaaien, ons op.

Eenmaal thuis en wat verhalen verder, komt deze vraag ineens “Zijn jullie moe?” Na het misschien onverwachte antwoord komt de aap uit de mouw: eind van de middag is er een “Hash-hike”. Koen legt uit dat er in Singapore elke 14 dagen een avontuurlijke gezinswandeling is, telkens op een onverwachte plaats. De vorige keer, toen Koen dit fenomeen net ontdekt had en voor de eerste keer meedeed, is hij met de kids zelfs ondergronds gegaan, door oude afwateringsbuizen. “Of we zin hebben om over een uurtje mee te gaan.  De kinderen maken er wel een wedstrijdje van, maar gewoon lekker doorwandelen is ook prima: eigen tempo! Wel kleren aan die vuil mogen worden en dito schoenen, want het heeft veel geregend en vuil en nat worden hoort erbij…”

En zo lopen we – we zijn nog geen drie uur eerder hier geland – al weer in de jungle. De tocht is behoorlijk pittig, dat vinden ook Koen en Mas. Imke loopt voorop met vriendinnen en als wij aankomen, heeft zij de Taco al op en zit al aan het ijsje (de beloning voor alle kids, na afloop). Mas heeft de hele hike met opa gelopen en heeft hem op alle mogelijke manieren bijgestaan. Het laatste stuk zijn Koen en ik ook weer aangesloten en met zijn vieren komen we, net niet als laatsten, aan. Wat een geweldige tocht was dit weer en wat een mooie 14-daagse activiteit voor ouders en kinderen om het weekend af te sluiten.

Op mijn vraag aan Mas of zij al klaar zijn met de suprises antwoordt hij: “Ik zeg niks!” Nou, dan weet ik genoeg: dan moeten zij ook nog aan de knutsel, net als wij, morgen.

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

3 Dagen off-line in Harau-valley

Harau Valley (1)

Om 9.45 uur gaan we naar beneden en zien we dat Habibi (het is ook echt een schat van een knul) al op ons zit te wachten. De auto met chauffeur die we gisteren via hem geregeld hebben staat voor. Habibi rijdt mee (1 1/2 uur heen en 1 1/2 uur terug) voor de gezelligheid, maar ook omdat we hem bij aankomst buiten de auto betalen. Hij regelt dan de betaling van de chauffeur. Habibi is 34 jaar, getrouwd en hij heeft een zoontje van 4 en een dochtertje van 2. Hij ontzenuwt het verhaal dat de pas getrouwde man bij zijn moeder blijft wonen: de meeste trekken gewoon in bij de vrouw en haar familie. Hij dus ook. Het is wel zo dat zijn ongetrouwde zus en hij als jongste zoon die in de buurt is blijven wonen de verantwoordelijkheid en verzorging van de moeder op zich nemen (als zijn vader nog zou leven, zou dat voor beiden gelden). Als ze niet meer zelfstandig kunnen wonen, gaan ze bij hem inwonen. Zijn moeder is nu 72 jaar en nog zo vitaal dat zij zelfs voor de kinderen van Habibi zorgt, want zijn vrouw is regelmatig een paar weken van huis, omdat ze 100 km. verderop werkt.
Peter regelt meteen dat Habibi ons zaterdag ook weer komt ophalen en naar Padang brengt. Onderweg gaan we dan ook nog naar een bullrace kijken in een of ander dorp.

Als we de Harau valley inrijden, komen we eerst langs een ticketoffice langs de weg: om de valley in te mogen, moet eerst 10.000 rupia worden betaald (€0,30 pp ook voor de bewoners van de valley wat best veel is voor hen. Al zijn we later niemand betalen.) Abdi homestay ligt schitterend voor een steile rotswand, pal voor een hoge waterval.

Aan de voorkant ligt het midden in het rijstveld.

We mogen een hut uitkiezen en we nemen die met het meest vrije uitzicht (een zittoilet hebben ze allemaal, al is er geen spoelsysteem maar de normale bak met water met schepteiltje om de wc schoon te spoelen). De koude douche kennen we nog van Ricky’s beach house, maar we hebben hier wel elektriciteit overdag.

We betalen hier €9,– per nacht (voor 2 personen), koffie en thee zo veel je wilt, is bij de prijs inbegrepen. Bij de lunch mogen we uit 3 gerechten kiezen: noodlesoep (lekkere!), fried noodles (ook lekker) en fried rice (nog niet geprobeerd)
en ’s avonds worden lokale gerechten gekookt voor alle gasten (ik denk een stuk of 6 totaal, maar ik heb ze nog niet allemaal gezien): eten wat de pot schaft.

(Het uitzicht vanaf de doucheruimte).

Na de lunch wandelen we door het dorpje, in de richting van een volgend dorpje. Als we daar aankomen bij een of ander evenement worden we tegengehouden. Dit is een scholenwedstrijd in islamitische religie en we mogen daar geen getuige van zijn. Door de rijstvelden wandelen we terug.

Als ik net klaar ben met Peters haren te scheren met de tondeuse, komt er een totaal onverwachte aanval van een wesp, die keihard in mijn hoofd prikt. Ik schreeuw het uit, Peter schrikt en begint ook te gillen: ze hebben hem ook te pakken! We behandelen elkaar met dettol nadat we gecontroleerd hebben dat er geen angel meer inzit en we hebben allebei nog een paar uur last van de steek. Als we een beetje bekomen zijn van de schrik gaan we eens kijken waar die onverwachte aanval vandaan kwam, en dan zien we dat er op ons balkon aan de buitenkant een wespennest in aanbouw is. Yuga, onze jonge “host” gaat aan de slag en verwijdert het bouwseltje, maar ik betwijfel of dat zal helpen. We zullen zien, morgen.

Als we ’s avonds aan tafel zitten, komt het jonge Nederlandse stel – dat inmiddels een aantal weken reist met een andere Nederlandse jongen die ze onderweg ontmoet hebben, terug van een hiketocht. Ze zien er niet bepaald gelukkig uit. Ze hebben de hele middag bij dokters en in het ziekenhuis gezeten nadat de vriend van het meisje was uitgeschoven en met zijn hand, precies tussen duim en vingers op een afgebroken tak was gevallen en daar zo’n grote snee aan overhield (het bloed spoot eruit) dat ze eerst verder naar beneden zijn geklauterd, toen naar een dokter zijn gegaan (“…daar begin in niet aan, ga maar een dorp verder naar het ziekenhuis”…) en vervolgens naar het ziekenhuis waar een flink aantal hechtingen nodig was om de hand weer in orde te krijgen. Pillen mee en over een paar dagen laten controleren.
De hand is flink opgezet en ze zijn terecht bezorgd over infectiegevaar, zeker hier. Geen wasbak op kamer, geen wc-doorspoelsysteem, het is sowieso uitkijken met de hygiëne.
We wensen ze een goede nachtrust en gaan zelf ook slapen.

Harau-valley (2)
We hebben goed geslapen, maar de wespen zijn niet weg. Ze cirkelen rond de plek waar hun werk vernield is en ik voel me totaal niet meer op mijn gebak op dit balkon.
Na het ontbijt gaan we wandelen door de vallei, tussen de rotswanden door. We schuilen even bij een “ondernemer” die voor zijn winkeltje hangt en ons daartoe uitnodigt. Er zitten/hangen nog 2 jonge knullen binnen die alleen maar geïnteresseerd zijn in hun mobieltjes en in elkaar.

Even verder komen we weer bij een waterval, die een toeristische trekpleister blijkt te zijn. Er staan wat jongelui op brommertjes voor en er worden uiteraard selfies gemaakt. Wij drinken een kopje thee bij de overbuurvrouw en haar 85-jarige moeder en wandelen nog wat verder.

Als we net omgedraaid zijn, horen we een gigantisch hard geluid. Ik omschrijf het als een geloei, met tussenstoten, zoals je dat wel eens hoort van omroepers op de kermis, of bij allerlei evenementen. We lopen iets sneller terug, want het zal toch niet zo zijn dat daar net iets te doen is en wij er niet bij zijn.
Als we dichter bij het aanhoudende geluid komen, blijkt het helemaal niet van een of ander evenement te komen, maar uit de bomen….van apen! Gigantisch hard. Wij hebben geen flauw idee wat er aan de hand is, of bij welke activiteit zij zo schreeuwen, maar alles bij elkaar duurt het wel zo’n 20 minuten en dan ineens is het klaar. We zien nog wel wat aapjes hier en daar op de weg, de rotsen en in het bos maar die lopen erbij alsof er niets gebeurd is.

Een eindje verder zien we een aantal jonge mensen op het gras lang de kant zitten, die naar boven kijken en aanmoedigingen roepen. Twee van hun vrienden zijn een poging aan het wagen om de steile rotswand te beklimmen: mooi om te zien!

Als we terugkomen bij Abdi homestay treffen we de Nederlandse jongelui weer: ze hebben goed geslapen, de hand is nog iets dikker dan gisteren maar met paracetamol en andere pijnstillers is het goed vol te houden. Ze zien het weer wat beter zitten dan gisteravond.
Na de lunch doen we wat spelletjes en maakt Peter nog even een wandelingetje de andere kant op. Ik blijf even chillen op het balkon van ons andere huisje. We zijn nl. verhuisd naar eentje waar hopelijk geen wespen zitten.
Tot nu toe gaat het goed!

Harau-valley (3)

Meestal moet ik me ergens overheen zetten als we gaan wandelen, maar vandaag heb ik er gewoon zin in.
We lopen door het dorpje en een wegje door de sawa’s dieper het dal in tot even voorbij het ticket-office. Dan slaan we rechtsaf, richting de rotswand om daarna weer met een grote bocht weer uit te komen bij onze waterval. Het is een leuke wandeling: de mensen zijn aan het wassen in het drainagekanaal, waar overigens ook hun “toilet” op uitkomt; ze zijn aan het werk op de sawa’s; ze leggen cacao en andere gewassen te drogen; busjes en brommertjes met schoolkinderen snorren voorbij. Iedereen lacht tegen ons en roept “helloh!” Vooral de kleintjes weten van geen ophouden en als we even stilstaan voor een “praatje”, weten ze al dat er naar hun naam wordt gevraagd die ze trots vertellen.

Op het punt waar we zo ongeveer hemelsbreed weer het dichts bij de waterval zijn, zien we een pad naar beneden dat naar de sawa’s leidt, maar het ziet er zo modderig uit dat we terug gaan. Aan een paar jongens die daar met een brommertje staan, probeer ik duidelijk te maken dat we naar de waterval willen en zij wijzen dat we op de goede weg zijn en dat we er over 2 uur wel zijn. Maar ja, we zijn al 1 1/2 uur aan het lopen…
Toch maar even kijken of we denken dat het gaat lukken.

Na nog een paar bochten waarmee we steeds verder van de waterval afdraaien, besluiten we terug te gaan. Een van de jongens met wie we net stonden te praten, roept ons terug: hij kan ons wel terugbrengen achterop de brommer bij hem en zijn maatje. We maken hem duidelijk dat we dat niet doen, maar vragen nog eens of we niet dwars door het dal, via de rijstvelden, kunnen lopen. “Ja, dat kan ook! We lopen wel mee!” We kijken elkaar even aan en als de jongen zegt “Lets go!” lopen we achter de twee aan en ze gaan het pad in waar wij eerder ook al waren en zijn omgedraaid.
Het wordt een spannende tocht: door de modder, over smalle glibberige paadjes langs de sawa’s waar het water behoorlijk diep is, over met bamboestokken gemaakte “bruggetjes”. Eén keer glibber ik weg het rijstveld in en kom met één been (met teenslipper) tot halverwege mijn dij in het water en de modder vast te zitten. De jongen moet mijn been eruittrekken (dat lukt me niet op eigen kracht) en mijn slipper uit de modder trekken. Verder gaat het eigenlijk wel goed; er zitten af en toe wel bloedzuigers op mijn voeten (de slippers heb ik net als zij intussen maar niet meer aan gedaan.) We hebben intussen bamboe stokken gekregen en hand in hand met onze begeleiders, die door de arbeiders op het rijstveld op afstand door de sawa’s worden geloodst, bereiken we Abdi homestay.

 

Als we achterop de brommertjes waren gaan zitten, waren we er in een kwartiertje geweest vermoed ik, maar dit had ik niet willen missen.

De koude douche is verkwikkend en het bordje nassi doet wonderen, maar vandaag doe ik niks meer. Uitrusten nu!

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Een rustdag

Deze laatste dag in Bukittinghi houden we op de plaats rust. We beginnen met een uurtje (1 1/2, zegt Peter) in het zwembad.

Dan hebben we wel weer genoeg gerust en wandelen we naar de Sinayokcanyon, een eindje verderop. Het is een mooie plek en wat we daar ook vinden is een tunnelstelsel, aangelegd door de Indonesische dwangarbeiders onder Japans bewind in de 2e wereldoorlog. Het ligt behoorlijk diep onder de grond, zodat we flink wat trappen af en weer op moeten. In vind het een beetje eng, maar het is de moeite waard.

En zo worden hier aapjes gelokt en gevangen. Gelukkig waren ze slim genoeg om niet in de val te trappen…(het is niet allemaal mooi, wat we zien😧)

Als we ’s middags in Kocks café lunchen, barst er een ontzettende bui los, zodat we daar noodgedwongen wat langer blijven hangen dan we van plan zijn. Het levert weer wel op dat we daar het taxivervoer naar Harau valley regelen voor morgen. We gaan nog 3 dagen off-line!

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Het leven van de Minangkabau’er

“Minang means winner and kabau is bull” We verstaan het woord “winner” (niet het moeilijkste woord, maar allez…) niet meteen en Putra, onze jonge gids vandaag, begint spontaan “We are the champions…” te zingen. De toon is gezet. Ik kan niet alle voorbeelden opnoemen, maar het wordt een dag waarop we zoveel plezier hebben met zijn drieën. We worden voortdurend door Putra op het verkeerde been gezet en we moeten hard werken om in te schatten of hij nou serieus is of niet. Voorbeeldjes: – Putra: “Do you like papaya’s?” “No, we don’t like it very much”. “Me neither, I prefer mamaya’s!” Wij: “What is the price of that?” “Double w, O, double w.”….??? “Wow!” Wij: “Are you married, Putra?” “Sometimes, hahaha….”

Dat laatste is overigens een serieuzer antwoord dan dat het lijkt. Bij de Minangkabauers heerst het matriarchaat. Dat houdt o.a. in dat het familierecht en -bezit via overerving naar de vrouwen gaat. Zij bezitten dus een huis en het bijbehorende land en de (relatief kort) getrouwde mannen leven nog voor de meeste tijd bij hun moeder en bezoeken zo nu en dan hun echtgenote die bij haar familie woont, in het huis dat van haar wordt. Pas als het een stevig huwelijk blijkt te zijn, trekt de man in bij de vrouw. De opvoeding van de eventuele kinderen komt voor het overgrote deel voor rekening van de oudste broer van de vrouw. Putra leert ons veel over hun cultuur, over hun godsdienstbeleving (nu moslim), over hun onderwijs.

Tussen alle gesprekken door stoppen we regelmatig om bezoekjes af te leggen b.v. bij een koffiebranderij, het paleis van de koningin en van de koning, het koningsgraf, en verschillende traditionele huizen.

Wij lunchen met Padang food. Er worden zeker 20 schaaltjes met gerechtjes op tafel gezet en je betaalt datgene waar je van eet. Het smaakt verrukkelijk. Overigens zijn wij de enigen die met een lepel en een vork eten (een mes krijg je hier nooit, behalve als er je erom vraagt): de andere gasten eten allemaal met de hand en daar zijn ze heel bedreven in.

In de namiddag komen we aan bij het Singkarak-meer, waar we rustig met een kopje koffie op een stoeltje worden gezet om te genieten van het uitzicht. Tot slot rijden we nog naar een beroemd dorpje. Beroemd omdat daar een gerenommeerd houtbewerkingsbedrijfje zit en een beroemde handweverij. Deze laatste is zó beroemd dat zelfs kleding van de koning van deze stof vervaardigd wordt en dat de naam ervan vermeld staat op het biljet van 5.000 rupia. En dan gaan we voor de bijl: we kopen een lopertje voor op het dressoir in onze gang. Wat zullen de  2 Javaanse beelden daar mooi op staan. We maken nog een foto van de weefster en dan rijden we langzaamaan terug naar huis.

Wat ons betreft mag de rit nog uren langer duren, want wat hebben we een lol    onderweg. Het is een prachtige dag geweest met Putra (niet Putri, want dat is een meisjesnaam en “Ik ben een jongen hé, al ga ik dat niet bewijzen…😄.)

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Van Ricky’s beach naar Bukittinghi

De boys van Ricky brengen ons naar de weg. Het is alsof we afscheid nemen van vrienden. De taxirit verloopt gladjes en we genieten nog even van de mooie plaatjes die voorbijschieten. Het is weer allemaal goed geregeld: er wordt gewacht op ons bij de minivans naar Bukittinghi en vrij snel zijn we op weg. We zitten redelijk goed, al moet ik aan de raamkant wel heel goed uitkijken dat ik niet tegen een ijzeren stang aanklap die precies op de hoogte van mijn slaap voor het raam is aangebracht.

Na een paar 100 meter wordt er nog even gestopt om te tanken: 30 ct. per liter. De volgende stop is wel heel verrassend: we staan voor een soort KwikFit. Er wordt een band uit het busje gehaald en met passagiers en al wordt het busje opgekrikt en wordt er een wiel verwisseld. Het gaat redelijk snel allemaal, want na een kwartiertje zitten we al weer in het drukke verkeer. Er wordt nog een aantal keren gestopt om wat passagiers op te pikken en net als het busje stampvol is, stapt er nog een man in met een gitaar. Leunend tegen de dichtgeschoven deur gaat hij voor wat entertainment zorgen. Hij speelt en zingt (echt wel mooi) een drietal liedjes en nadat hij wat geld heeft opgehaald stapt hij uit: hij is op de plaats van bestemming. Wij zijn dat pas 2 uur later. Dan staan we op het busstationnetje van Bukittinghi. We worden meteen opgevangen door een soort taxibusje, waar we al bukkend in moeten kruipen om op een superlaag bankje te kunnen zitten. Ze vragen een belachelijk hoge prijs en nadat ik zeg dat dat natuurlijk een veel te hoge prijs is, beginnen ze schuldbewust te lachen en gaan ze met een aantal tienduizenden rupia’s minder snel akkoord. Ze zetten ons keurig voor het Novotel af.

Met alle ongemakken van dien, blijf ik het ontzettend leuk vinden om met de locals te reizen: never a dull moment.

’s Middags regelen we een excursie voor morgen door de dorpjes van de Minangkabau’ers. Het lijkt me een interessante dag worden waar ik heel veel zin in heb.

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Ricky’s beach house in Nagari Sungai Pinang

We hebben even goed moeten nadenken over de bestemming nà Padang. Bukkittingi gaat niet in het weekend omdat alle fatsoelijke, redelijke accommodaties vol zijn. Dan naar een tropisch eiland nu i.p.v. aan het einde van deze reis. We bekijken de opties.

Er liggen best wel veel eilandjes waar we naar toe zouden kunnen gaan en ze klinken allemaal even exotisch en aantrekkelijk. Maar, aantrekkelijk voor wie? Ook voor mij? Ik vind het ineens geen aantrekkelijk idee meer om op een eiland te zitten dat een paar uur varen van het vasteland ligt, zeker niet als daar behalve de accommodatie die je boekt niet meer dan een paar vissershutten te vinden zijn. Ik voel me hartstikke goed en ik wil dat graag zo houden. Dus: wie gaat je helpen als er iets gebeurt? En: hoe lang gaat het duren voor je professionele hulp krijgt? Geen gedachten die ik zo maar opzij kan zetten en waarmee het niet fijn vertoeven is op de allermooiste plek. Dan de second best: een even idyllische plek, maar dan op het vasteland. We vinden Ricky’s beach in Nagari Sungai Pinang, niet zo heel ver onder Padang (al is dat hier betrekkelijk). We mailen en er komt binnen 10 minuten antwoord: er is een beach house voor ons beschikbaar en ja, Ricky zorgt dat we met een auto opgehaald worden in Padang. Helemaal geweldig.

De rit ernaar toe is al een verhaal waard. Hij duurt 1 1/2 uur, we rijden eerst langs het strand, daarna de bergen in via zulke steile hellingen dat de chauffeur alleen in de eerste versnelling de wagen nog omhoog krijgt. We rijden over een paar bruggen waar de chauffeur over een balkenspoor moet rijden, we komen door het dorpje Nagari waar de geitjes en de koeien meer plaats innemen op de weg dan de bewoners zelf. Die zwaaien naar de chauffeur en gaan over tot de orde van de dag. Er is een aantal moskeeën, zelfs  in dit kleine gehuchtje.  En dan ineens stopt de chauffeur langs de kant van de weg, bij een modderig kleipad omhoog en zegt: “Here we are!” Tegelijk met ons komt er ook een brommer aanrijden met een paar jonge mannen erop. Ze stappen af, gooien onze koffer op hun schouder en lopen voor ons het pad omhoog en daarna weer af. Wat hebben die tengere jongens een kracht in hun lijf, zeg.

Als we een eindje afgedaald zijn, kan ik mijn ogen niet geloven. Het is een prachtig strand, waarop 6 strandhuisjes staan (aan 2 wordt nog gewerkt) met daarvoor een overdekte maar open ruimte die, zo blijkt later, dient als eetruimte en plaats van samenkomst. Er wordt nog even gepoetst is ons huisje, maar Ricky zelf ontvangt ons en binnen de kortste keren raken we in een leuk gesprek. Ricky is de eigenaar van het Beach house, maar buiten dat heeft hij ook een project met schildpadden in het dorp. Hij redt de schildpadden als het ware van de ondergang, doordat hij zoveel mogelijk probeert te voorkomen dat de eieren gestroopt worden, door ze in het “opvanghuis” te laten uitkomen en de schildpadden daarna weer uit te zetten in de zee. Ook vangt hij gewonde en gewoon per ongeluk gevangen schildpadden op en zet ze weer terug in zee nadat ze dat weer kunnen.

Ons beachhouse is prima! Bed met muskietennet, een ventilator (die het overigens alleen doet van 18.30 uur – 6.30, want overdag is er geen stroom!),  gordijnen voor de ramen, een achterdeur die naar de half-open toilet- en doucheruimte leidt. Het koude douchewater komt uit een pijp in de muur. Maar er is een zittoilet met een prima doorspoelsysteem! Aan de zeekant staan 2 stoelen op ons terras met vrij uitzicht op de Indische oceaan en ’s avonds op de ondergaande zon. Een eindje verder ligt een steiger met trapje, zodat we ons vrij eenvoudig in de zee kunnen laten glijden. Koudwatervrees kun je hier niet hebben, want het water is meer dan lauw. Er zwemmen kleine tropische visjes om ons heen.

’s Avonds eten alle gasten samen aan tafel: eten wat de pot schaft! Er is inmiddels ook een Duitse vrouw (Nadine) gearriveerd en die eet dus mee. En dan schuiven van lieverlee alle jongens die we in de loop van de dag aan het werk hebben gezien met van alles (bouwvakken, planten water geven etc.) bij ons aan de tafel aan, “gewapend” met gitaren en een ritmebox. Ze beginnen spontaan te spelen en te zingen en we worden gevraagd om mee te doen. Een tekstboek met voornamelijk songs van de Beatles en Bob Marley is voorhanden en anders hebben ze nog altijd hun gsm om teksten mee op te zoeken. Ze kunnen allemaal zingen, gitaar spelen en op de ritmbox slaan en er wordt dan ook regelmatig van instrument gewisseld, naarmate de voorkeur van de jongens voor een song. Ricky, hun baas, doet gewoon mee. Als ze applaus krijgen van ons na een hartverscheurend mooi Indonesisch liefdeslied, blijkt dat het zelfs door een van de jongens zelf is geschreven een half jaar geleden. Waarschijnlijk nadat een liefderelatie verbroken is, want het is voor hem te pijnlijk om het nog een keer te zingen. Zo verlopen de avonden. De tweede avond is er nog een Duits echtpaar (dat net als Nadine ook niet meezingt, maar alleen zit te kijken) en een Engelsman, die ook gezellig meezingt en -speelt.

 

De tweede dag gaan met met de boot en 3 jongens naar een van de tegenoverliggende eilanden om te snorkelen. Dell (“like the computer!) is er vooral om met ons in contact te zijn. Hij snorkelt met ons mee, komt nu en dan bij ons zitten om een praatje te maken en wandelt mee. Het is een schat van een knul! De tweede jongen zorgt vooral dat we op tijd koffie en eten krijgen. De stuurman stuurt alleen de boot en sjouwt de rest van de dag wat stenen aan boord en verder zien we hem niet. Het koraal stelt daar niet meer zo veel voor; de vissers hebben dynamiet gebruikt, ook toen het al verboden was. We zien nog wel wat en natuurlijk zwemmen er tropische vissen. Maar ik denk dat het niet lang meer duurt voor alles weg is, want ook nu zijn een eindje verderop vissers bezig om hun netten daar uit te gooien en binnen te halen en omdat het eb is, stampen ze gewoon door  het water.

Van Dell horen we dat alle jongens die bij Ricky’s beach rondlopen, ook bij hem in dienst zijn en betaald worden. Het zijn allemaal jongen uit het dorp Nagari, die zonder Ricky geen enkele kans hebben op een fatsoenlijk inkomen. Dell werkt al 10 jaar voor hem en heeft diep respect voor hem, ook voor de manier waarop Ricky zijn baas is. En Ricky heeft een hoog aanzien in het dorp. “He is a legend!”

5 Jaar geleden heeft hij het hele personeel mee naar Thailand genomen voor een korte vakantie op Krabi. Het was de eerste keer dat Dell het dorp uitkwam.

 

 

 

Nagari Sungai Pinang

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

West- Sumatra

We reizen door naar Padang, naar West- Sumatra.

Laat me eerst maar eens uitleggen dat die naam eigenlijk voor geen meter klopt, volgens mij dan. West-Sumatra ligt namelijk oostelijker dan Oost- Sumatra waar we vandaan komen en dat ligt eigenlijk in het Noorden. Ik heb echt een paar keer op de kaart moeten kijken, eer ik een beetje doorheb hoe dat land in elkaar zit met die verwarrende aanduiding.

Het eerste deel met de boot, daarna een flinke rit naar Medan met een deeltaxi. Dit is geen onverdeeld genoegen. Peter zit prinsheerlijk voorin naast de chauffeur, maar naast mij op rij twee wordt ook nog een echtpaar en een zoontje van 4 gepropt. Ik heb ook mijn rugzak bij me en de flinke handkoffer van Peter, omdat die voorin echt niet tussen zijn benen kan staan. Bij mij nu eigenlijk ook niet meer, maar daar is nu niets anders meer aan te doen, dan te proberen mijn benen ernaast te manouvreren en mooi stil te zitten. Het is een schattig, rustig jongetje dat regelmatig slaapt naast me op moeders schoot. Maar juist dan schudt hij continu met zijn teva-schoentje tegen mijn onderbeen aan. Maar ik heb met ze te doen, want de man heeft een grote envelop bij zich van het Elisabethziekenhuis waarop met dreigende letters CT-scan staat: zij gaan dus beslist niet voor hun plezier ruim 3 1/2 uur in die taxi zitten.

Daarna zitten we nog een flinke tijd op het vliegveld te wachten, want de taxirit ging boven verwachting sneller dan voorspeld en na een half uurtje vertraging van het vliegtuig en een vluchtje van 1 uur zijn we in Padang. Het is dan nog maar een kleine 3/4 uur met de taxi naar het Ox Ville hotel, waar we om half zeven ’s avonds hartelijk ontvangen worden. Het ziet er hartstikke leuk uit. Lekkere ruime kamer, zwembad beneden, fijn rstaurantje waar we lekker eten en als we ’s avonds nog even een blokje om lopen, komen we in een trendy Japans restaurant terecht voor een kop koffie. Daar zitten een geweldig goede gitarist en een dito zangeres. We vallen weer met de neus in de boter en boeken dit hotel meteen voor onze laatste nacht hier op Sumatra.

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Samosir (3)

Deze laatste dag bij Tabo cottage gaan we eens echt een dag relaxen (niks doen, dus) Omdat het ’s morgens het zonnigst is en droog, liggen we al rond 9 uur in het zwembad, gewapend met e-reader, tijdschrift en puzzelboekje. Heerlijk!

Om een uur of 11 wordt het wat onrustig naast me. “Ik ga even een rondje lopen? OK? Niet weglopen, he?” Met een vette knipoog gaat-ie op stap. Veel eerder dan normaal is Peter terug. Twee dingen heeft-ie te melden: 1. “Hier twee deuren verder is een guesthouse waar vanavond een batak muziek- en dansvoorstelling is en ze hebben lobster. 2. Ik heb een voorstel. We huren even 2 fietsen en en gaan naar het lunchrestaurantje van gisteren. Was zo lekker en ik schat dat het maar een km. of 10 fietsen is.”

Zoziet een dagje relaxen (niks doen) er dan ineens uit. Het is inderdaad een km. of 10 en het eten is de inspanning waard, maar bij de terugweg omzeilen we de berg en daardoor maken we een behoorlijke grote omweg, ik schat zo’n km. of 5 meer. We zijn er moe van en nadat we allebei – ik ook- even in het zwembad duiken, rusten we zeker nog 1 1/2 uur uit!

En dan gaan we nog eens even nadenken over de komende dagen, want als we nergens in een fatsoenlijk hotel in Bukkittingi terecht kunnen (we vermoeden dat er iets te doen is, want alles zit vol) moeten we het globale plan maar even omgooien. Daarom zitten we  morgen één nachtje in Padang en daarna t/m zaterdag aan de kust in een Beach house, bij Ricky, pal aan het strand: Authentic Sumatra wordt het genoemd. We gaan het zien!

’s  Avonds eten we bij de buren (geen succes) tijdens een dans – en muziekvoorstelling van een groepje Bataks (Ik denk ik gevraagd ga worden als vaste kracht; gauw wegwezen hier!)

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Samosir (2)

Ricardo staat ons precies om 9 uur met auto en chauffeur op te wachten om naar een drietal bezienswaardigheden te gaan. Hij is in opperbeste stemming en vraagt om de 5 minuten of we happy zijn met alles. Happy met driver? High 5! Happy met Ricardo, your guide? High 5! Ik word er doodmoe van en hoop maar dat hij snel ophoudt met die flauwe kul, maar dat is ijdele hoop – zo zal blijken-  al wordt het gaandeweg de ochtend gelukkig wel iets minder.

Ricardo doet ontzettend zijn best. Hij spreekt af en toe zelfs een woordje Nederlands doordat zijn schoonzus in Hengelo woont. Zij komt 1x per 2 jaar naar Samosir om haar oudere zus te bezoeken, zodoende. Hij zorgt ervoor dat het eerste onderdeel, de stenen cirkel die diende om gesprekken te voeren en rechtspraak te doen bij de bataks hier, precies lang genoeg duurt zodat we stipt op tijd zijn voor de dansvoorstelling bij het volgende batakdorp. Wij zijn de enige toeschouwers, maar de dansers doen erg hun best om hun programma zo mooi mogelijk te brengen. Halverwege komen nog twee dames en bij de laatste dans komt er nog een Indonesche familie het terrein op. Jammer dat ze niet alles zagen want het begin waarbij de buffel het toneel op kwam, was heel mooi om te zien. We hebben er een blaadje met uitleg in het Nederlands bij gekregen en dat verduidelijkt een hoop. Natuurlijk is er ook weer een dans bij waarbij het publiek ook mee moet doen; en daar gaan we weer!

We lunchen op ons verzoek in een local restaurant en chauffeur en gids vinden een juweeltje: de Borobudur, een veganistisch restaurant dat in een mooie tuin vol Buddhabeelden, vijvers, bloemen en planten aan het meer ligt. Er zijn alleen stoeltjes voor gasten op hun terras en wat zitjes in de tuin. Als je denkt dat je het restaurant in gaat, sta in je in de huiskamer. Maar wat is het eten hier lekker zeg: alles in zelfgemaakt (b.v. guacamolesaus) en hoe!

Tot slot bezoeken we de koningsgraven in Tomok. Ricardo vertelt er hele verhalen bij. Zo zijn er 3 koningen geweest in een periode van 400 jaar. Die koningen werden gemiddeld een jaar of 50 en er zat niet meer dan een maand tussen hun opvolging. Als ik ongelovig kijk, zegt hij dat ik niet happy kijk en legt het graag nog een keer uit met dezelfde woorden en getallen. Ik zeg dat ik nu happy ben en geef hem een high five. (Ik ben wel blij dat we Ricardo niet een dag of  drie bij ons hebben i.p.v. drie uur).

De rest van de middag blijven we rundum hause.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen